Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU3405

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
10-6907 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden dat appellant niet in verzuim is geweest. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellant een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/6907 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 26 november 2010, 10/110 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul

Datum uitspraak: 1 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 7 juni 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 27 september 2011, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 4 februari 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij in verband met een verblijf in het buitenland niet wist dat hij griffierecht moest betalen voor het hoger beroep. Appellant heeft daarbij aangegeven dat hij bereid is het griffierecht alsnog te voldoen.

Nog daargelaten hoe deze stelling van appellant zich verhoudt tot het gegeven dat appellant de op dezelfde dag verzonden uitnodiging voor het indienen van de gronden van het hoger beroep wel heeft ontvangen, ligt het volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad op de weg van een betrokkene om kennisneming en afhandeling van (belangrijke) poststukken tijdens een verblijf in het buitenland mogelijk te maken. Dat heeft appellant niet gedaan. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellant een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.

Voor een veroordeling in de proceskosten van verzet ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

JL