Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU2991

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-11-2011
Datum publicatie
03-11-2011
Zaaknummer
10-5886 WMO-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Appellante heeft zich bij brief voor het einde van de beroepstermijn tot de rechtbank gewend met het verzoek om haar een afschrift van de aangevallen uitspraak te zenden. In deze brief heeft appellante tevens aangegeven dat zij “bij voorbaat pro forma in hoger beroep gaat”. In die omstandigheden houdt de Raad het er thans voor dat appellante - wel - tijdig een hogerberoepschrift heeft ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

10/5886 WMO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante] wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 augustus 2010, 10/168 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere

(hierna: College)

Datum uitspraak: 1 november 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 18 mei 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 18 mei 2011 heeft appellante verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 27 september 2011. Appellante is verschenen. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 18 mei 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Een afschrift van de aangevallen uitspraak is op 30 augustus 2010 gezonden aan de toenmalige gemachtigde van appellante. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was daarom 11 oktober 2010.

De Raad heeft vastgesteld, en appellante heeft daar ter zitting ook op gewezen, dat appellante zich bij brief van 4 oktober 2010 tot de rechtbank heeft gewend met het verzoek om haar een afschrift van de aangevallen uitspraak te zenden. In deze brief heeft appellante tevens aangegeven dat zij “bij voorbaat pro forma in hoger beroep gaat”. In die omstandigheden houdt de Raad het er thans voor dat appellante - wel - tijdig een hogerberoepschrift heeft ingediend.

Het verzet moet gegrond worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 18 mei 2011 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad ziet aanleiding het College te veroordelen in de proceskosten van het verzet, begroot op € 18,84 aan reiskosten van appellante.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond;

Veroordeelt het College in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 18,84.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

1 november 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

TM