Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU2133

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
01-11-2011
Zaaknummer
09-4737 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht op bijstand wegens detentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4737 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 juli 2009, 08/5350 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen (hierna: College)

Datum uitspraak: 25 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 13 september 2011, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB).

1.2. Appellant is veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 90 dagen, te vervangen door hechtenis voor de tijd van 45 dagen voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht. Op 11 juni 2008 heeft de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis voor de duur van 39 dagen bevolen. Het hiertegen gerichte bezwaar is door het Gerechtshof te ´s-Gravenhage bij arrest van 7 augustus 2008 gegrond verklaard.

1.3. Bij besluit van 13 augustus 2008 heeft het College aan appellant meegedeeld dat hij over de periode van 18 juli 2008 tot 7 augustus 2008 geen recht heeft op bijstand wegens verblijf in detentie.

1.4. Bij besluit van 26 november 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 13 augustus 2008 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 26 november 2008 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant in de periode van 18 juli 2008 tot 7 augustus 2008 gedetineerd is geweest en dat hij daardoor, gelet op het bepaalde in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB, in de periode in geding geen recht heeft op bijstand.

4.2. Appellant voert aan dat in dit geval voor hem een uitzondering moet worden gemaakt. De enige uitzondering op de evengenoemde bepaling is neergelegd in artikel 16, eerste lid, van de WWB. Ingevolge die bepaling kan het College aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van onder meer het bepaalde in artikel 13, eerste lid, onder a van de WWB, bijstand verlenen indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken. Uit de wetsgeschiedenis komt naar voren dat het College pas dan bevoegd is met toepassing van artikel 16, eerste lid, van de WWB bijstand te verlenen indien in concreto vaststaat dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen.

4.3. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat van een acute noodsituatie in het geval van appellant geen sprake was. Dat appellant vanwege zijn verminderde psychische belastbaarheid in een zorgtraject was opgenomen en dat op hem de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen van toepassing was, is daartoe onvoldoende. Hetzelfde geldt ten aanzien van de woonkosten en de kosten van het asiel voor de opvang van zijn kat, waarmee appellant na zijn detentie werd geconfronteerd.

4.4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2011.

(get.) C. van Viegen.

(get.) J. van Dam.

KR