Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU2094

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
01-11-2011
Zaaknummer
09-5835 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Geen besluit. De mededeling dat appellante zal worden aangemeld voor een traject is niet te beschouwen als een zodanige concretisering van de re-integratieverplichting dat deze mededeling daardoor op enig rechtsgevolg is gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2012/62
JWWB 2012/16
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5835 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 september 2009, 09/2355 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen (hierna: College)

Datum uitspraak: 25 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.E. Kolthof, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante ontvangt bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (hierna: WWB).

1.2. Bij brief van 9 december 2008 heeft het College aan appellante meegedeeld dat zij zal worden aangemeld voor een re-integratietraject bij Tempo Team HR Solutions (hierna: TT).

1.3 Bij besluit van 28 april 2009 heeft het College het bezwaar tegen de brief van 9 december 2008 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, met bepalingen ter zake van proceskosten en griffierecht, het beroep tegen het besluit van 28 april 2009 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en het bezwaar van appellante tegen de brief van

9 december 2008 niet-ontvankelijk verklaard. Voorts is bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

2.1. De rechtbank heeft geoordeeld dat de brief van 9 december 2008 niet gekwalificeerd kan worden als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De brief is volgens de rechtbank van informatieve aard en is niet op enig zelfstandig rechtsgevolg gericht. Met deze brief heeft het College appellante geïnformeerd dat zij zal worden aangemeld bij TT en dat samen met appellante een trajectplan zal worden opgesteld om te bezien welke kansen en mogelijkheden appellante heeft om weer aan het werk te gaan. De rechtbank is van oordeel dat met deze mededeling de rechtpositie van appellante niet is gewijzigd. Appellante is immers op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB gehouden mee te werken aan een onderzoek naar haar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Daarbij heeft appellante in hoofdzaak aangevoerd dat wel sprake is van een rechtsgevolg, omdat het College heeft beoogd een verplichting voor appellante in het leven te roepen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank. Anders dan appellante stelt, is de in geding zijnde mededeling van het College dat appellante zal worden aangemeld voor een traject bij TT (nog) niet te beschouwen als een zodanige concretisering van de voor haar op dit punt reeds ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB geldende re-integratieverplichting dat deze mededeling daardoor op enig rechtsgevolg is gericht. De rechtbank is derhalve op goede gronden tot de conclusie gekomen dat het bezwaar van appellante niet was gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

4.2. Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep van appellante niet en dient de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Rechtdoende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2011.

(get.) C. van Viegen.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.

HD