Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU2089

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
11-1130 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aflossingscapaciteit wordt niet meer betwist. Geen procesbelang. Hoger beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1130 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 januari 2011, 10/4102

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden (hierna: College)

Datum uitspraak: 25 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2011. Appellant is niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Groenewegen, werkzaam bij de gemeente Leiden.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 20 januari 2010 heeft het College aan appellant - voor zover in dit geding van belang - bijzondere bijstand in de vorm van een lening verstrekt tot een bedrag van € 1.056,41 ten behoeve van inrichtingskosten. Bij besluit van 25 januari 2010 heeft het College aan appellant meegedeeld dat deze vordering is geboekt bij een al bestaande schuld van appellant, waarmee de totale vordering van het College op appellant € 2.342,10 bedraagt. Voorts is bij dat besluit meegedeeld - voor zover hier van belang - dat de eerder vastgestelde aflossingscapaciteit, op een bedrag van € 53,92 per maand, wordt gehandhaafd.

1.2. Bij brief van 16 februari 2010 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de door het College vastgestelde aflossingscapaciteit van € 53,92 per maand.

1.3. Het College heeft bij besluit van 27 april 2010 het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van

27 april 2010 ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Volgens vaste rechtspraak is er sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben.

4.2. De Raad stelt vast dat appellant de juistheid van het berekende maandelijks af te lossen bedrag van € 53,92 niet (meer) betwist. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, houdt op geen enkele wijze verband met de in deze procedure centraal staande, door het College vastgestelde aflossingscapaciteit en het daarover door de rechtbank gegeven oordeel. Het voorgaande betekent dat appellant geen (proces)belang heeft bij een beoordeling door de Raad van de juistheid van de aangevallen uitspraak. Daarom moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham als voorzitter en W.F. Claessens en E.J. Govaers als leden, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2011.

(get.) A.B.J. van der Ham.

(get.) I. Mos.

NW