Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU1985

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-10-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
09-1824 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. De door de Raad geraadpleegde deskundige kan zich verenigen met de vastgestelde beperkingen en acht de geduide functies geschikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/1824 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 februari 2009, 08/116 t/m 08/118 en 08/2716 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. S.N. Ketting, advocaat. Het Uwv heeft zich - met bericht van verhindering - niet laten vertegenwoordigen.

Na de behandeling van het geding ter zitting heeft Raad besloten het onderzoek te heropenen.

Door middel van een brief van 5 januari 2010, met bijlagen, heeft het Uwv enkele vragen van de Raad beantwoord. Partijen hebben nadien hun standpunten aangevuld.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 11 augustus 2010. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Ketting. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. L. Smid.

Na de behandeling van het geding ter zitting heeft de Raad besloten het onderzoek wederom te heropenen.

De door de Raad als deskundige voor het instellen van een onderzoek benoemde revalidatiearts W. Hokken heeft over de gezondheidstoestand van appellant per

3 september 2007 op 3 maart 2011 gerapporteerd. Partijen hebben hun reactie op het deskundigenrapport ingezonden.

Bij brieven van 10 oktober 2011 is aan partijen meegedeeld dat de meervoudige kamer van de Raad de zaak heeft verwezen naar de enkelvoudige kamer.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat met vermelding van het navolgende.

1.2. Bij besluit van 27 mei 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv onder meer het bezwaar van appellant tegen het besluit van 2 juli 2007 gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 3 september 2007 herzien naar 35 tot 45%. Deze beslissing berust op het standpunt dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 10 april 2008, per 3 september 2007 geschikt is te achten tot het verrichten van werkzaamheden in passende functies, resulterend in een verlies aan verdienvermogen van ruim 35%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak onder meer de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellant ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt gehandhaafd dat hij meer beperkt is dan door het Uwv is vastgesteld. Gelet hierop acht hij zich niet geschikt de functies waarop de schatting is gebaseerd te vervullen. Daarbij heeft hij erop gewezen dat in de functie wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur (Sbc-code 267050) sprake is van een bijzondere belasting inzake tillen en dragen. Het Uwv heeft onvoldoende gemotiveerd, dat hij ondanks dat de belastbaarheid op dit item wordt overschreden geschikt is voor deze functie. Hij heeft verder naar voren gebracht dat in de functie elektronicamonteur, nieuwbouw en onderhoud (Sbc-code 267040) een statische belasting voorkomt die zijn mogelijkheden te boven gaat.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad heeft in hetgeen appellant heeft aangevoerd aanleiding gezien revalidatiearts W. Hokken als deskundige te benoemen voor het instellen van een onderzoek. In zijn rapport van 3 maart 2011 heeft de deskundige op vragen van de Raad geantwoord zich te kunnen verenigen met de door de bezwaarverzekeringsarts vastgestelde belastbaarheid van appellant en de FML van 10 april 2008. Verder heeft de deskundige te kennen gegeven dat appellant op 3 september 2007 in staat was tot het verrichten van de werkzaamheden in de ten behoeve van de schatting geselecteerde functies.

4.2. Volgens vaste rechtspraak pleegt de Raad het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige te volgen, mits de deskundige zijn bevindingen en conclusies op inzichtelijke wijze en naar behoren heeft gemotiveerd. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit geval van dat uitgangspunt zou moeten worden afgeweken is de Raad niet gebleken. De Raad is van oordeel dat het door Hokken verrichte onderzoek volledig en zorgvuldig is geweest. Gelet hierop concludeert de Raad dat het Uwv de belastbaarheid van appellant per 3 september 2007 met de FML van

10 april 2008 juist heeft vastgesteld.

4.3. Uitgaande van de juistheid van de FML van 10 april 2008 is de Raad verder van oordeel dat appellant met zijn beperkingen in staat moet worden geacht de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. De Raad acht in dit verband de bij de geselecteerde functies voorkomende signaleringen in het arbeidskundig rapport van

21 mei 2008, zoals nader aangevuld in de arbeidskundige rapporten van 18 mei 2009, 4 januari 2010 en 28 april 2010, waarbij in het bijzonder is ingegaan op de gronden van het hoger beroep, afdoende toegelicht. De Raad voegt daaraan toe dat ook Hokken vanuit zijn discipline geen bezwaren heeft tegen het verrichten van de in de functies voorkomende werkzaamheden. Hokken heeft kennis genomen van de volgens hem uitputtende herbeoordeling door de bezwaararbeidsdeskundige van de geduide functies. Naar de mening van Hokken kunnen deze functies door appellant worden vervuld.

4.4. Uit hetgeen is overwogen in 4.1, 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2011.

(get.) M. Greebe.

(get.) M.A. van Amerongen.

CVG