Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU1984

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-10-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
09-5285 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uit het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank blijkt dat de gemachtigde van appellante de rechtbank voor aanvang van de zitting heeft laten weten dat zij wegens autopech niet bij de zitting aanwezig kon zijn. Appellante is zelf wel ter zitting verschenen, samen met haar echtgenoot. Ter zitting is naar voren gebracht dat zowel appellante als haar echtgenoot niet goed Nederlands spreken en dat daarom de aanwezigheid van de gemachtigde van appellante wel werd gewaardeerd. Een verzoek om uitstel van de zitting is echter niet gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5285 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 17 augustus 2009, 09/383 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 26 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft L. Öz hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2011. Appellante en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Namens het Uwv is verschenen V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 22 oktober 2008 heeft het Uwv de uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) van appellante met ingang van 28 oktober 2008 beëindigd op de grond dat appellante vanaf die datum weer geschikt is voor haar arbeid. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.2. Bij besluit van 23 december 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante ongegrond verklaard en het besluit van 22 oktober 2008 gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en de getrokken conclusie kan dragen dat appellante met ingang van 28 oktober 2008 geschikt is voor haar eigen werk.

3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de aangevallen uitspraak onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat haar gemachtigde niet ter zitting van de rechtbank aanwezig is geweest wegens autopech. Hierdoor zijn de belangen van appellante niet adequaat behartigd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad volgt appellante niet in haar standpunt. Daartoe overweegt de Raad dat appellante noch haar gemachtigde een verzoek om de behandeling ter zitting uit te stellen aan de rechtbank heeft gericht en de rechtbank reeds om die reden geen uitstel kon verlenen. Uit het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank blijkt dat de gemachtigde van appellante de rechtbank voor aanvang van de zitting heeft laten weten dat zij wegens autopech niet bij de zitting aanwezig kon zijn. Appellante is zelf wel ter zitting verschenen, samen met haar echtgenoot. Ter zitting is naar voren gebracht dat zowel appellante als haar echtgenoot niet goed Nederlands spreken en dat daarom de aanwezigheid van de gemachtigde van appellante wel werd gewaardeerd. Een verzoek om uitstel van de zitting is echter niet gedaan.

4.2. Nu appellante geen overige gronden heeft aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit, ziet de Raad geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank voor onjuist te houden. Dat betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2011.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) M.A. van Amerongen.

CVG