Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU1919

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-10-2011
Datum publicatie
27-10-2011
Zaaknummer
10-3300 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen recht meer op ziekengeld. Niet langer ongschikt voor zijn arbeid. Dat appellant geruime tijd mede in verband met vermoeidheidsklachten arbeidsongeschikt is geacht, neemt niet weg dat in de onderhavige zaak na verzekeringsgeneeskundig onderzoek op goede gronden is vastgesteld dat de beperkingen van appellant hem op de datum in geding niet langer verhinderden het werk als huismeester te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3300 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 28 april 2010, 09/7153 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.J. Hulsbosch, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Hulsbosch. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.L.Turnhout.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant, die sinds 20 maart 1995 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering ontving naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, was van 12 januari 2001 tot 1 januari 2008 als huismeester in het gebouw [naam gebouw] in dienst van [naam B.V.] Appellant heeft zich op 24 januari 2008, toen hij een werkloosheidsuitkering ontving, in verband met hartkloppingen ziek gemeld.

2. Bij besluit van 18 augustus 2009 is aan appellant meegedeeld dat hij met ingang van 24 augustus 2009 geen recht meer had op uitkering ingevolge de Ziektewet, omdat hij niet langer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn werk.

3. Bij besluit van 24 september 2009 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 augustus 2009 ongegrond verklaard.

4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij - samengevat - overwogen dat uit de onderzoeken van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die kennis hebben genomen van informatie van de behandelend sector, voldoende gegevens naar voren zijn gekomen om tot een afgewogen oordeel omtrent de voor appellant geldende beperkingen te kunnen komen. De rechtbank zag geen aanleiding het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen onzorgvuldig te achten en was verder van oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts afdoende had gereageerd op de door appellant in beroep overgelegde medische informatie. Op grond van deze informatie is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden dat de vermoeidheidsklachten van appellant een beperking zouden vormen voor het verrichten van de laatstelijk door hem uitgeoefende functie als huismeester.

5. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Dat appellant geruime tijd mede in verband met vermoeidheidsklachten arbeidsongeschikt is geacht, neemt niet weg dat in de onderhavige zaak na verzekeringsgeneeskundig onderzoek op goede gronden is vastgesteld dat de beperkingen van appellant hem op de datum in geding niet langer verhinderden het werk als huismeester te verrichten. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hebben daarbij onderkend dat appellant bij zijn werk twee keer per week rolcontainers moest verplaatsen, hetgeen wel gepaard ging met enige fysieke inspanning - zoals is vastgelegd in een door appellant ingevulde werkomschrijving - maar voor appellant, mede gelet op zijn dagelijkse activiteiten, niet als te zwaar is aangemerkt. Appellant heeft geen medische gegevens ingebracht die reden vormen om deze conclusie in twijfel te trekken. Gelet op de in het dossier aanwezige informatie van de huisarts is de Raad verder evenals de rechtbank van oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts in de nader in de beroepfase overgelegde gegevens van de huisarts geen reden hoefde te zien voor een ander standpunt.

6. Uit hetgeen onder 5 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) H.L. Schoor.