Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BU1367

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-10-2011
Datum publicatie
26-10-2011
Zaaknummer
10-1312 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging ZW-uitkering. Geschikt voor zijn werk als schoonmaker van treinstellen. Voldoende medische onderbouwing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/1312 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2010, 09/3219

(aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 25 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. H.A.T. Vijftigschild, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2011. Appellant en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Namens het Uwv is verschenen mr. drs. J. Hut.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Op 4 april 2008 heeft appellant zich, vanuit de situatie dat hij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving, arbeidsongeschikt gemeld wegens pijn- en gewrichtsklachten.

1.2. Bij besluit van 23 juli 2009 heeft het Uwv de uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) van appellant met ingang van 30 juli 2009 beëindigd op de grond dat appellant vanaf die datum weer geschikt is voor zijn arbeid. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

1.3. Bij besluit van 19 augustus 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv, na een herbeoordeling door bezwaarverzekeringsarts F.C. Swaan, het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van 23 juli 2009 gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en de getrokken conclusie kan dragen dat appellant met ingang van 30 juli 2009 geschikt is voor zijn arbeid in de zin van de ZW. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat bezwaarverzekeringsarts Swaan appellant op het spreekuur van 17 augustus 2009 heeft onderzocht en bij zijn beoordeling de door de verzekeringsarts opgevraagde informatie van reumatoloog B. van Schaeybroeck heeft betrokken. In zijn rapportages van 17 augustus 2009 en 19 oktober 2009 heeft bezwaarverzekeringsarts Swaan de stelling van appellant, dat hij vanwege zijn klachten niet in staat is tot het verrichten van zijn eigen arbeid, gemotiveerd weerlegd. Daarbij heeft de bezwaarverzekeringsarts in het bijzonder aandacht besteed aan de specifieke belasting in de functie schoonmaker van treinstellen in het licht van de door de reumatoloog geobjectiveerde klachten van appellant.

3. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat hij vanwege zijn pijn- en gewrichtsklachten niet in staat is tot het verrichten van zijn werk als schoonmaker van treinstellen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Ziektewet (ZW) heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde. Volgens vaste jurisprudentie moet onder “zijn arbeid” in de zin van artikel 19 van de ZW worden verstaan de laatstelijk voor de aanvang van de werkloosheid feitelijk verrichte arbeid. Dit is in het geval van appellant de voltijdse functie schoonmaker van treinstellen.

4.2. Appellant heeft in hoger beroep alleen gronden aangevoerd die ook reeds in beroep zijn aangevoerd en die door de rechtbank gemotiveerd zijn verworpen. Appellant heeft niet toegelicht waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn en ter onderbouwing van zijn herhaalde standpunt ook in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank op juiste wijze uiteengezet waarom de beroepsgronden niet slagen. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daartoe hebben geleid. Dat betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2011.

(get.) M. Greebe.

(get.) T.J. van der Torn.

TM