Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT8962

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-10-2011
Datum publicatie
25-10-2011
Zaaknummer
10-6834 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6834 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 4 november 2010, 09/3810 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. El Ahmadi, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geschil is aan de orde gesteld ter zitting van 23 september 2011. Partijen zijn, met kennisgeving daarvan, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als inpakker/sjouwer bij een sportterrein. Op 3 oktober 2006 heeft hij zich ziek gemeld vanuit een werkloosheidssituatie wegens schouderklachten. Vervolgens heeft hij een WIA-uitkering aangevraagd. Bij besluit van 19 juni 2009 heeft het Uwv geweigerd hem ingaande 30 september 2008 een uitkering toe te kennen omdat hij in staat is zijn eigen werk te verrichten.

1.2. Bij besluit van 17 november 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv dit besluit gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen dat besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het medische onderzoek zorgvuldig was. De verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts hebben appellant op het spreekuur gezien en informatie verkregen van de behandelaars van appellant. De door appellant in beroep overgelegde medische stukken betreffen de medische situatie van appellant in 2004 en 2007 en kunnen dus niet tot de conclusie leiden dat het medische onderzoek onvoldoende was. Er zijn geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de bezwaarverzekeringsarts de arbeidsbeperkingen van appellant anders had moeten vast stellen dan nu in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) is gedaan. Appellant heeft geen objectieve medische gegevens ingebracht die alsnog twijfel doen rijzen aan de juistheid van de FML. De rechtbank is voorts van oordeel dat de arbeidsdeskundige en de bezwaararbeidsdeskundige toereikend hebben gemotiveerd dat de geduide functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden.

3. In hoger beroep heeft appellant aangegeven dat hij volledig arbeidsongeschikt is.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Appellant heeft in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd. De rechtbank heeft afdoende besproken waarom de in beroep overgelegde gegevens van de huisarts en de orthopedisch chirurg niet tot een andere visie op de gezondheidstoestand van appellant in 2008 leiden. Appellant heeft voorts het bestaan van psychische beperkingen in het geheel niet onderbouwd.

4.3. Het hoger beroep slaagt dus niet.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) K.E. Haan.