Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT8816

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-10-2011
Datum publicatie
24-10-2011
Zaaknummer
10-876 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling indicatiestelling. Medisch adviseur van CIZ, M.J. Zandstra, heeft aangegeven dat er geen aanleiding is af te wijken van de voor persoonlijke verzorging gehanteerde normtijden. Appellanten hebben niet met objectieve, verifieerbare gegevens aangetoond dat de indicatiestelling, uitgaande van het systeem van normtijden niet aansloot bij de feitelijk benodigde zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/876 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de erven van [betrokkene], gewoond hebbende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 14 januari 2010, 09/583 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen:

appellanten

en

de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg, gevestigd te Driebergen, (hierna: CIZ)

Datum uitspraak: 19 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juli 2011. Appellanten zijn niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Heuvelman.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. Bij brief van 11 december 2008 heeft wijlen [betrokkene] (overleden [in] 2009, hierna: betrokkene) CIZ verzocht de indicatie voor aan haar te verlenen zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten aan te passen aan de verslechtering van haar medische situatie. In de bijlage bij deze brief is een berekening opgenomen van de voor de persoonlijke verzorging van betrokkene noodzakelijke tijd, die uitkomt op 67.2 uren per week.

1.3. Bij besluit van 20 januari 2009 heeft CIZ de indicatie voor de periode van 16 december 2008 tot 16 december 2009 vastgesteld op persoonlijke verzorging klasse 8 (20 tot 24.9 uren per week) plus 15 uren additionele zorg.

1.4. Bij besluit van 29 juli 2009 heeft CIZ het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 20 januari 2009 ongegrond verklaard. Daarbij is aangegeven dat de situatie van betrokkene is voorgelegd aan de medisch adviseur van CIZ, M.J. Zandstra. Zandstra heeft aangegeven dat er geen aanleiding is af te wijken van de voor persoonlijke verzorging gehanteerde normtijden.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellanten tegen het besluit van 29 juli 2009 gegrond verklaard, het besluit van 29 juli 2009 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat appellanten niet met objectieve, verifieerbare gegevens hebben aangetoond dat de indicatiestelling, uitgaande van het systeem van normtijden niet aansloot bij de feitelijk benodigde zorg.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De gedingstukken en het verhandelde ter zitting geven de Raad geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak. De Raad verenigt zich met de overwegingen van die uitspraak en maakt die tot de zijne.

4.3. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male als voorzitter en H.J. de Mooij en M. Hillen als leden, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2011.

(get.) R.M. van Male.

(get.) J. van Dam.

NW