Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT8655

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-10-2011
Datum publicatie
20-10-2011
Zaaknummer
10-6037 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Voor meer beperkingen, daartoe ook begrepen een urenbeperking ontbreekt een toereikend medisch substraat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6037 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 6 oktober 2010, 10/2074 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat te Eindhoven, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2011. Appellante is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door V.A.R. Kali.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.

2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellante tegen het bestreden besluit van 14 september 2009, waarbij het Uwv, voor zover in dit geding van belang, in bezwaar heeft gehandhaafd zijn besluit van 22 april 2009. Bij laatstgenoemd besluit heeft het Uwv de uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%, met ingang van 22 juni 2009 herzien naar 15 tot 25%.

2.2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak uiteengezet welke stappen de verzekeringsartsen van het Uwv in het kader van hun oordeelsvorming en advisering hebben gezet en op grond van welke bevindingen en afwegingen zij tot hun, aan het bestreden besluit ten grondslag liggende, advies zijn gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen op een voldoende zorgvuldige wijze plaatsgevonden.

2.3. Voorts moet naar het oordeel van de rechtbank op grond van de beschikbare gegevens worden aangenomen dat de verzekeringsartsen bij appellante niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt volgens de rechtbank dat zij op de hoogte waren van de door appellante gestelde klachten, waaronder haar psychische klachten. De door appellante overgelegde medische informatie heeft de rechtbank geen aanleiding gegeven te twijfelen aan de voor haar vastgestelde belastbaarheid, waartoe de rechtbank heeft overwogen dat door de bezwaarverzekeringsarts in het rapport van 30 november 2009 genoegzaam is gemotiveerd dat er in de brief van 8 november 2009 van behandelend psychiater Gerards geen nieuwe objectiveerbare feiten worden aangevoerd en dat, los van de vraag of ten aanzien van appellante kan worden gesproken van een posttraumatische stressstoornis, de verzekeringsarts bij de vaststelling van de belastbaarheid van appellante wel is uitgegaan van die diagnose, door ruimschoots rekening te houden met een beperkte psychische draagkracht.

2.4. Voorts heeft de rechtbank zich kunnen verenigen met de medische passendheid van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies, en de aan de hand van die functies per de in geding zijnde datum voor appellante vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.

2.5. Omdat evenwel de passendheid van de functies eerst in de fase van het beroep afdoende is gemotiveerd, heeft de rechtbank aanleiding gezien het beroep gegrond te verklaren en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

3. In hoger beroep, dat zich richt tegen het in stand laten door de rechtbank van de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit, heeft appellante staande gehouden dat zij, in het bijzonder in verband met traumatische gebeurtenissen binnen haar familie, op psychisch gebied verdergaand beperkt is dan door de verzekeringsartsen van het Uwv is aangenomen. In dit kader wijst zij erop dat tot aan de onderhavige schatting voor haar steeds een urenbeperking van 50% is aangenomen. Appellante verzoekt de Raad over te gaan tot het raadplegen van een onafhankelijk psychiatrisch deskundige.

4.1. De Raad kan zich volledig vinden in de overwegingen van de rechtbank en het daarop gegronde oordeel. In hetgeen van de zijde van appellante is aangevoerd ziet de Raad geen aanknopingspunten gelegen om te komen tot een andersluidend oordeel. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat, naar ook verzekeringsarts bezwaar en beroep P.M.A. Lezaire heeft aangegeven in het rapport van 15 december 2010, door appellante in hoger beroep geen nieuwe medische feiten zijn ingebracht die kunnen dienen ter onderbouwing van haar eigen opvatting. De psychische problemen waar appellante andermaal op wijst, zijn onderkend en ook erkend, in die zin dat haar psychische belastbaarheid op een aantal punten beperkt is geacht. Voor meer beperkingen, daartoe ook begrepen een urenbeperking, als door appellante bepleit, ontbreekt een toereikend medisch substraat.

4.2. In het overwogene onder 4.1 ligt besloten dat de Raad geen termen aanwezig acht voor raadpleging van een onafhankelijk deskundige.

4.3. Aldus ervan uitgaande dat de belastbaarheid van appellante niet is overschat, overweegt de Raad ten slotte dat de bij de schatting betrokken functies geacht moeten worden binnen haar bereik te liggen. Niet is kunnen blijken dat de aan die functies verbonden belasting de voor appellante toegestane belastbaarheid overschrijdt.

4.4. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2011.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) H.L. Schoor.

EK