Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT8653

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-10-2011
Datum publicatie
20-10-2011
Zaaknummer
10-6695 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen van besluit strekkende tot weigering AAW/WAO-uitkering. Geen medische gegevens overgelegd met nieuwe gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6695 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] in Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 november 2010, 10/147 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brieven van 3 maart 2011, 19 april 2011 en 21 augustus 2011 heeft appellant de gronden van het hoger beroep nader aangevuld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M. Sluijs.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen het bestreden besluit van 11 december 2009, waarbij het Uwv in bezwaar heeft gehandhaafd zijn besluit van 15 oktober 2009.

1.2. Bij laatstgenoemd besluit heeft het Uwv geweigerd terug te komen van zijn besluit van 11 februari 2004, strekkende tot weigering appellant met ingang van 6 juni 1994 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, op de grond dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% is.

1.3. Het bestreden besluit berust op de grond dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld die aanleiding geven terug te komen van het besluit van het - na daartegen gemaakt bezwaar bij besluit van 14 juli 2004 gehandhaafde - besluit van 11 februari 2004.

2.1. De rechtbank heeft in de eerste plaats vastgesteld dat het besluit van 14 juli 2004 met de uitspraak van de Raad van 21 augustus 2008 onherroepelijk is geworden.

2.2. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat appellant bij zijn verzoek om terug te komen van de besluiten van 11 februari 2004 en 14 juli 2004 geen medische gegevens heeft overgelegd met nieuwe gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2.3. Naar het oordeel van de rechtbank was het Uwv daarom bevoegd om zonder nader onderzoek met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb, de aanvraag af te wijzen en voor de motivering te volstaan met te verwijzen naar het besluit van 14 juli 2004.

3.1. De Raad stelt vast dat hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd een herhaling vormt van hetgeen hij bij zijn verzoek tot herziening van de besluiten van 11 februari 2004 en van 14 juli 2004, alsmede in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Samengevat weergegeven komt dit erop neer dat appellant stelt dat hij destijds tijdens werkzaamheden in Nederland wegens ziekte is uitgevallen, thans nog steeds ziek is en zijn gezondheidssituatie alleen nog maar achteruit gaat. Het Uwv zou een nieuw onderzoek moeten instellen naar zijn recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering. Appellant acht zich volledig arbeidsongeschikt en meent daarom recht te hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

3.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat hetgeen appellant naar voren heeft gebracht niet kan gelden als te dezen relevant te achten nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De Raad overweegt dat hij zich volledig kan vinden in hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak daarover heeft overwogen en geoordeeld. De door appellant in hoger beroep aangevoerde gronden, als hiervoor onder 3.1 in samenvatting weergegeven, bevatten geen aanknopingspunten voor een andersluidend oordeel.

3.3. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2011.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) H.L. Schoor.

EK