Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT7454

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-10-2011
Datum publicatie
13-10-2011
Zaaknummer
10-6556 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongewijzigde mate van arbeidsongeschiktheid. Besluit berust op een zorgvuldig medisch onderzoek en is genoegzaam draagkrachtig gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6556 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, nevenzittingsplaats Breda, van 15 november 2010, 10/2205 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 12 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft P.J. Reeser, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2011. Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door P.J. Reeser. Het Uwv heeft zich - met voorafgaand bericht - niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant, laatstelijk werkzaam geweest als chauffeur, is in 1999 uitgevallen wegens migraine en nek-, rug-, en heupklachten. Met ingang van 24 januari 2000 is hem een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

1.2. In het kader van een herbeoordeling is appellant op 9 maart 2009 onderzocht door de verzekeringsarts A.B. Schippers-Juergens. Deze constateerde dat sprake was van fibromyalgie en COPD. Hierbij heeft deze arts vermeld dat appellant beperkt is te achten voor fysiek belastende activiteiten van het bewegingsapparaat alsmede activiteiten in een omgeving met luchtwegprikkelende stoffen. Op basis hiervan is een aantal beperkingen vastgesteld, die zijn neergelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Hiervan uitgaande heeft de register arbeidsdeskundige K. Hoogenkamp aan de hand van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem een elftal functies geselecteerd en is de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant berekend op 15 tot 25%. Bij besluit van 21 april 2009 is de WAO-uitkering van appellant met ingang van 22 juni 2009 herzien en nader gesteld op genoemde mate van arbeidsongeschiktheid.

1.3. Op 3 augustus 2009 is appellant aansluitend aan de hoorzitting onderzocht door de bezwaarverzekeringsarts J.P.M. Joosten. In zijn rapport van 15 september 2009 constateerde deze bezwaarverzekeringsarts, nadat informatie was verkregen van de huisarts van appellant, dat veel klachten worden gepresenteerd waarvoor geen medische verklaring kan worden gevonden. Volgens de bezwaarverzekeringsarts heeft de primaire verzekeringsarts met deze klachten rekening gehouden door appellant te beperken voor zwaar fysiek werk en voor werk met een forse belasting voor de luchtwegen. Vervolgens heeft de bezwaararbeidsdeskundige L. de Ponti in zijn rapport van 29 september 2009 geconcludeerd dat de door de arbeidsdeskundige Hoogenkamp vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid niet wijzigt. Bij besluit van 2 oktober 2009 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 21 april 2009 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat zij geen aanknopingspunten heeft kunnen vinden voor het oordeel dat het medische onderzoek niet op voldoende zorgvuldige wijze tot stand zou zijn gekomen. Volgens de rechtbank waren de verzekeringsartsen op de hoogte van de klachten van appellant en hebben zij de informatie van de behandelende sector bij het trekken van hun conclusie meegewogen. Aangezien de medische beperkingen van appellant in de hem voorgehouden functies niet worden overschreden, was de rechtbank van oordeel dat die functies terecht aan de schatting ten grondslag zijn gelegd.

3. In hoger beroep heeft appellant het standpunt herhaald dat zijn medische beperkingen zijn onderschat, overigens zonder daartoe nieuwe medische gegevens in te brengen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad ziet in de beschikbare medische informatie onvoldoende aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts. De bevindingen en conclusies van de verzekeringsartsen kunnen naar het oordeel van de Raad het bestreden besluit dragen. De Raad wijst er hier op dat appellant door deze artsen uitgebreid is bevraagd waarbij aan alle klachten aandacht is besteed. Bovendien is er gericht onderzoek gedaan naar het bewegingsapparaat en heeft er een algemeen onderzoek van de psyche plaatsgevonden waarbij geen aanwijzingen zijn gevonden voor psychopathologie. Mede gelet op het dagverhaal van appellant kan ook naar het oordeel van de Raad niet staande gehouden worden dat appellant geen aangepaste werkzaamheden kan verrichten. De Raad is mitsdien van oordeel dat het bestreden besluit gebaseerd is op een zorgvuldig medisch onderzoek en dat het genoegzaam draagkrachtig gemotiveerd is. In hetgeen door appellant hieromtrent in hoger beroep is aangevoerd en op generlei wijze met medisch objectieve gegevens is onderbouwd, ziet de Raad geen grond voor een andersluidend oordeel.

5. Hetgeen onder 4.1 is overwogen, leidt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2011

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) N.S.A. El Hana.

IvR