Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT7229

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-09-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
10-3048 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Intrekking WAO-uitkering. Besluit door de rechtbank terecht vernietigd. Verschil van inzicht tussen door de rechtbank en nader door de Raad geraadpleegde deskundige. Geen bijzondere omstandigheden die maken dat moet worden afgeweken van het uitgangspunt dat de bestuursrechter in beginsel de bevindingen en conclusies van een door hem geraadpleegde deskundige pleegt te volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3048 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 22 april 2010, 08/1505 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),

en

appellant.

Datum uitspraak: 30 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. K. Houtsma, advocaat, een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft prof. dr. J. van Os – die door de rechtbank was verzocht om als deskundige haar van advies te dienen – een vraag voorgelegd, waarop deze bij schrijven van 14 oktober 2010 heeft geantwoord. De reactie van appellant op dit schrijven, met als bijlage een rapport van bezwaarverzekeringsarts P. Tjen van 8 november 2010, is aan prof. dr. Van Os voorgelegd, waarop deze heeft gereageerd bij schrijven van 9 februari 2011. Hierop is weer een reactie van appellant, met wederom als bijlage een rapport van Tjen van 18 maart 2011, gekomen.

Namens betrokkene heeft mr. Houtsma een commentaar van 14 juli 2011 ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2011. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen. Betrokkene is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Met ingang van 14 januari 2002 heeft appellant aan betrokkene een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Deze uitkering is met ingang van 7 december 2005 beëindigd. Per 24 mei 2006 heeft betrokkene zich opnieuw ziek gemeld. Op 9 januari 2008 heeft betrokkene verzocht om een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 18 maart 2008 heeft appellant vastgesteld dat voor betrokkene geen recht op uitkering ingevolge de Wet WIA is ontstaan. Tegen dit besluit heeft betrokkene bezwaar gemaakt. Hangende het bezwaar heeft appellant onderzocht of betrokkene recht zou hebben op heropening van de WAO-uitkering. Bij besluit van 25 juni 2008 heeft appellant geweigerd aan betrokkene een WAO-uitkering toe te kennen. Dit besluit is door appellant betrokken in de bezwaarschriftprocedure.

2. Bij besluit van 20 augustus 2008 (hierna: bestreden besluit) heeft appellant de bezwaren van betrokkene gegrond verklaard, het besluit van 18 maart 2008 ingetrokken en met ingang van 10 januari 2007 de WAO-uitkering van betrokkene heropend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Bij hetzelfde besluit heeft appellant de WAO-uitkering met ingang van 21 mei 2008 ingetrokken, op de grond dat betrokkene per die datum voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt beschouwd. Tegen dit laatste onderdeel van het bestreden besluit heeft betrokkene beroep ingesteld.

3. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene bij de aangevallen uitspraak gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, voor zover betrekking hebbende op de intrekking van de WAO-uitkering per 21 mei 2008, en appellant veroordeeld tot vergoeding aan betrokkene van proceskosten en griffierecht. Zij heeft zich gebaseerd op het rapport van 14 januari 2010 van prof. dr. Van Os, psychiater, en dr. M.J.A. Tijssen, psychiater i.o., die op verzoek van de rechtbank als deskundigen hebben gerapporteerd. Onder verwijzing naar de vaste jurisprudentie van de Raad (o.a. CRvB 4 april 2006,

LJN AV8509) heeft de rechtbank overwogen dat de rechtbank in beginsel het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter benoemde deskundige pleegt te volgen. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt om in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken, is haar niet gebleken. Gelet op de bevindingen en conclusies van prof. dr. Van Os en dr. Tijssen, heeft de rechtbank geconcludeerd dat bij het bestreden besluit de belastbaarheid van betrokkene op de datum in geding (21 mei 2008) niet juist is vastgesteld, zodat dat besluit dient te worden vernietigd.

4.1. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank, alvorens tot haar oordeel te komen, het door hem ingebrachte commentaar van bezwaarverzekeringsarts Tjen had moeten voorleggen aan de door haar geraadpleegde deskundigen. Daarnaast heeft appellant aangevoerd dat de deskundigen de belastbaarheid van betrokkene onjuist hebben beschreven. Met name hebben de deskundigen ten onrechte geconcludeerd dat voor betrokkene een zeer vergaande urenbeperking dient te gelden van twee uur per dag. Beide aspecten vormen, zo heeft appellant gesteld, bijzondere omstandigheden die maken dat in het voorliggende geval de rechtbank de bevindingen en conclusies van de deskundigen niet had moeten volgen.

4.2. Betrokkene heeft als verweer gemotiveerd de juistheid van de door appellant aangevoerde beroepsgronden betwist en de Raad verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

5. De Raad oordeelt als volgt.

5.1. Appellant heeft ter zitting van de Raad te kennen gegeven dat hij de door hem aangevoerde procedurele beroepsgrond niet handhaaft, gelet op het feit dat prof. dr. Van Os hangende het hoger beroep heeft gereageerd op de door bezwaarverzekeringsarts Tjen in beroep en in hoger beroep aangevoerde argumenten.

5.2. Met de wel gehandhaafde beroepsgrond heeft appellant ter discussie gesteld de juistheid van het oordeel van de rechtbank dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die maken dat moet worden afgeweken van het uitgangspunt dat de bestuursrechter in beginsel de bevindingen en conclusies van een door hem geraadpleegde deskundige pleegt te volgen. Uit de discussie tussen bezwaarverzekeringsarts Tjen en prof. dr. Van Os blijkt naar het oordeel van de Raad van een verschil van opvatting over de psychische gesteldheid van betrokkene op de datum in geding. Prof. dr. Van Os acht, gelet op zijn bevindingen en conclusies, de belastbaarheid van betrokkene op die datum zeer beperkt, zodanig dat betrokkene in zijn ogen slechts in zeer geringe mate met arbeid is te belasten. Om die reden heeft hij tot een grote urenbeperking geconcludeerd. Prof. dr. Van Os heeft zijn standpunt, geconfronteerd met de herhaalde, andersluidende opvatting van bezwaarverzekeringsarts Tjen, genoegzaam onderbouwd. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die maken dat in het voorliggende geval niet de in zijn vaste jurisprudentie neergelegde regel – als door de rechtbank aangehaald – kan en dient te worden gevolgd.

5.3. Het hoger beroep treft, gelet op het overwogene in 5.2, geen doel. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

6. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Awb appellant te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 437,- voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 437,-;

Bepaalt dat van appellant een griffierecht wordt geheven van € 448,-.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en H. Bolt en D.J. van der Vos als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2011.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL