Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT7184

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-10-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
10-6718 TOG
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De zorgscore voor de dochter bedraagt op en na de peildatum 1 april 2008 zes punten. Daarom komt betrokkene niet in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000. Het hoger beroep van SVB slaagt en de aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. De Raad zal, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te toen, het beroep tegen het besluit van 21 september 2009 ongegrond verklaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6718 TOG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: SVB),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 3 november 2010, 09/1120 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

SVB

en

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

Datum uitspraak: 5 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

SVB heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2011. SVB heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van der Weerd LL.B, werkzaam bij SVB en door drs. G.A.C.G. Durlinger, arts bij ClientFirst Intermediairs (hierna: ClientFirst) te Zeist. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door [G.].

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij de dochter van betrokkene ([naam dochter]), geboren [in] 1999, is sprake van coeliakie. Dit betekent dat zij een glutenvrij dieet moet volgen. In verband hiermee heeft betrokkene op 11 juni 2009 een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (hierna: TOG 2000) aangevraagd.

1.2. Naar aanleiding van de aanvraag van betrokkene heeft ClientFirst op 2 juli 2009 advies aan SVB uitgebracht. In dit advies is geconcludeerd dat [naam dochter] op en na de peildatum 1 april 2008 een score van zes punten heeft, zodat zij niet aanzienlijk meer afhankelijk is van geregelde verzorging of oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd. Geadviseerd is [naam dochter] op en na de peildatum niet gehandicapt te achten in de zin van de TOG 2000.

1.3. Bij besluit van 8 juli 2009 heeft SVB de aanvraag van betrokkene op grond van het in 1.2 genoemde advies met ingang van het tweede kwartaal van 2008 afgewezen.

1.4. Naar aanleiding van het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 8 juli 2009 heeft ClientFirst op 21 augustus 2009 opnieuw advies uitgebracht aan SVB. In dit advies is de zorgscore op en na de peildatum 1 april 2008 vastgesteld op vier punten. Voor de subcategorie medische verzorging is één punt toegekend, voor de subcategorie alleen thuis zijn twee punten en voor de subcategorie begeleiding buitenshuis één punt. Voor de andere subcategorieën zijn geen punten toegekend.

1.5. Bij besluit van 21 september 2009 heeft SVB het bezwaar tegen het besluit van 8 juli 2009 op grond van het in 1.4 genoemde advies ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat met de bij dat advies vastgestelde zorgscore van vier punten niet wordt voldaan aan de minimale zorgscore van negen punten voor 8- en 9-jarigen en evenmin aan de minimale zorgscore van acht punten voor 10-jarigen, zodat betrokkene niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 21 september 2009 - met bepalingen omtrent proceskosten en griffierecht - gegrond verklaard, het besluit vernietigd en SVB opgedragen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat voor de subcategorie zindelijkheid één punt moet worden toegekend. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat SVB onvoldoende heeft gemotiveerd waarom voor de subcategorie eten en drinken geen punten zijn toegekend en dat SVB met betrekking tot de subcategorie medische verzorging onvoldoende onderzoek heeft verricht. Ten aanzien van de subcategorie bezighouden en handreikingen heeft de rechtbank overwogen zich te kunnen vinden in de beoordeling van SVB, omdat vast staat dat [naam dochter] zich goed enige tijd alleen kan vermaken. De rechtbank heeft uit haar overwegingen de conclusie getrokken dat het mogelijk is dat na herstel van de geconstateerde gebreken een zorgscore van acht punten wordt bereikt zodat vanaf 21 april 2010, als [naam dochter] 10 jaar is geworden, een aanspraak op een tegemoetkoming ontstaat.

3. SVB heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt voorop dat de TOG 2000 tot doel heeft ouders/verzorgers die een zeer ernstig gehandicapt kind thuis verzorgen, terwijl dit kind gelet op de aard en mate van zijn handicap in een intramurale AWBZ-instelling geplaatst zou kunnen worden, financieel tegemoet te komen.

4.2.1. In artikel 2 van de TOG 2000 is bepaald dat als kind wordt aangemerkt een persoon tussen de 3 en 18 jaar, die ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke of geestelijke aard waardoor hij blijvend of voorlopig blijvend gehandicapt is.

4.2.2. In artikel 3 van de TOG 2000 is - kort gezegd - bepaald dat als (voorlopig) blijvend gehandicapt wordt aangemerkt het kind dat (a) aanzienlijk meer afhankelijk is van geregelde verzorging en oppassing dan een gezond kind van dezelfde leeftijd en (b) aanspraak kan maken op opname in een AWBZ-instelling.

4.2.3. In artikel 4, eerste lid, van de TOG 2000 is bepaald dat de natuurlijke persoon die hier te lande woont en tot wiens huishouden het kind hier te lande op de peildag behoort, over dat kalenderkwartaal recht heeft op een tegemoetkoming in de onderhoudskosten van dat kind op grond van deze regeling.

4.2.4. Bij de beoordeling of sprake is van afhankelijkheid van geregelde oppassing en verzorging als bedoeld in artikel 3, onder a, van de TOG 2000 wordt door SVB, overeenkomstig daartoe opgestelde beleidsregels, gepubliceerd in Stcrt. 2007, 103, vastgesteld of en in welke mate het kind is aangewezen op hulp met betrekking tot de volgende aspecten: lichaamshygiëne, zindelijkheid, eten en drinken, mobiliteit, medische verzorging (de categorie verzorging) en gedragsproblemen, communicatiegebreken, de onmogelijkheid alleen thuis te zijn, begeleiding buitenshuis en handreikingen en begeleiding (de categorie oppassing). Per subcategorie wordt beoordeeld of het kind in sterke of in lichte mate afhankelijk is van hulp, toezicht en begeleiding. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met de mate van hulp, toezicht en begeleiding die een gezond kind van dezelfde leeftijd nodig heeft.

4.2.5. SVB hanteert bij die beoordeling een interne uitvoeringsrichtlijn voor deskundigen, het zogenoemde Beoordelingsinstrument TOG (hierna: Beoordelingsinstrument). Dit Beoordelingsinstrument zoekt aansluiting bij de toelichting van de TOG 2000 en de door SVB opgestelde beleidsregels. In het Beoordelingsinstrument wordt een nadere uitwerking gegeven aan de in het beleid genoemde beoordelingsthema’s, waarbij per thema, afhankelijk van de zorgzwaarte, nul, één of twee punten worden toegekend. Om te kunnen spreken van aanzienlijk meer afhankelijk zijn van geregelde oppassing en verzorging dan een gezond kind van dezelfde leeftijd, hanteert SVB voor zover hier van belang een minimale score van negen punten voor kinderen van acht en negen jaar en acht punten voor kinderen van tien jaar.

4.3. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is niet gebleken dat het Beoordelingsinstrument als zodanig in strijd komt met enige regel van geschreven of ongeschreven recht of met enig algemeen rechtsbeginsel. Het Beoordelingsinstrument kan in beginsel dan ook als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000 worden genomen.

4.4. Betrokkene stelt zich in het verweerschrift op het standpunt dat ook voor de subcategorie bezighouden en handreikingen één punt moet worden toegekend. De Raad stelt echter vast dat de rechtbank de in de beroepsfase aangevoerde grond dat voor deze subcategorie één punt moet worden toegekend, bij de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk is verworpen. Nu betrokkene geen hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak heeft ingesteld, betekent dit naar vaste rechtspraak van de Raad dat zij deze subcategorie niet meer aan de orde kan stellen. De Raad zal deze subcategorie dan ook buiten bespreking laten.

4.5. Ter zitting van de Raad heeft de vertegenwoordiger van SVB aangegeven zich te kunnen vinden in het oordeel van de rechtbank dat voor de subcategorie zindelijkheid één punt moet worden toegekend. Voorts heeft hij ter zitting aangegeven dat voor de subcategorie medische verzorging twee punten moeten worden toegekend.

4.6. Dit betekent dat het geschil tussen partijen is beperkt tot de subcategorie eten en drinken. De SVB stelt zich op het standpunt dat voor deze subcategorie in het geval van [naam dochter] geen punten voor toekenning in aanmerking komen.

4.6.1. Volgens het Beoordelingsinstrument dient, om in dit geval in aanmerking te komen voor twee punten in de subcategorie eten en drinken, sprake te zijn van “Continue aansporing / begeleiding tijdens de maaltijd in verband met medisch noodzakelijk afwijkend voedingspatroon of dieet”. Om in dit geval in aanmerking te komen voor toekenning van één punt moet het volgende criterium van toepassing zijn: “Kan zelf eten en drinken, maar het eten moet voorbereid, klaargemaakt en op een bord (hapklaar) aangeboden worden”. Geen punten worden toegekend in het volgende geval: “Kan zelf eten, drinken, kan ook zelf boterham klaarmaken, warme maaltijd opscheppen, drinken inschenken. Eventueel is af en toe aansporing nodig.”

4.6.2. Tussen partijen is niet in geschil dat [naam dochter] zelf kan eten en drinken, dat zij een goede eter is en dat zij ook zelf een boterham kan klaarmaken. Ter zitting heeft betrokkene verklaard dat zij zelf het eten voor [naam dochter] opschept om te voorkomen dat [naam dochter] in aanraking met gluten komt. Daarbij heeft betrokkene desgevraagd ook verklaard dat zij het eten op tafel zou kunnen zetten en dat [naam dochter] het eten vervolgens zelf zou kunnen opscheppen. Hiervan uitgaande is de Raad van oordeel dat SVB zich terecht op het standpunt stelt dat [naam dochter] niet voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor toekenning van punten in de subcategorie eten en drinken. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de extra tijd die is gemoeid met het bereiden van glutenvrije maaltijden, het zelf bakken van brood en schoonmaakwerkzaamheden binnen de subcategorie medische verzorging valt. Voor deze categorie wordt thans uitgegaan van de maximale score (zie 4.5).

4.7. Hetgeen onder 4.4 tot en met 4.6.2. is overwogen brengt de Raad tot de conclusie dat de zorgscore voor [naam dochter] op en na de peildatum 1 april 2008 zes punten bedraagt en dat betrokkene daarom niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op grond van de TOG 2000. Dit betekent dat het hoger beroep van SVB slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt. De Raad zal, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te toen, het beroep tegen het besluit van 21 september 2009 ongegrond verklaren.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 21 september 2009 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2011.

(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.

(get.) J. van Dam.

HD