Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT6969

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-10-2011
Datum publicatie
10-10-2011
Zaaknummer
10-4322 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herziening WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4322 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] in Portugal (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2010, 09/5601 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 7 oktober 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S. van Andel, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2011. Appellant is – met voorafgaande kennisgeving – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 22 oktober 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 23 juni 2009 dat inhoudt dat de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 29 augustus 2009 wordt herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.

2. Het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Daarin is de rechtbank uitvoerig gemotiveerd ingegaan op de Europeesrechtelijke, verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige gronden van appellant, alsmede op haar standpunt ten aanzien van de uitlooptermijn.

3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. De Raad begrijpt het summier gemotiveerde (aanvullende) hoger beroepschrift als uitsluitend te zijn gericht tegen het verzekeringsgeneeskundig onderzoek (dat volgens appellant onzorgvuldig was), de daarbij aangenomen beperkingen (in verband waarmee appellant de opvatting huldigt dat onvoldoende is gemotiveerd waarom de in 2008 gestelde beperkingen thans niet meer worden aangenomen) en de functie met sbc-code 277050 (die volgens appellant dient te vervallen omdat appellant geen Nederlands leest terwijl dat blijkens de functiebeschrijving tot de functie-eisen behoort). De Raad beperkt zich tot deze punten van geschil.

4.1. De Raad, vaststellende dat appellant in beroep noch in hoger beroep nadere (medische) stukken ter adstructie van zijn stellingen heeft ingebracht, overweegt als volgt.

4.2.1. Op 19 mei 2009 is appellant door de verzekeringsarts T. Njoo op zijn thuisadres in Portugal onderzocht. Daarbij heeft Njoo een anamnese afgenomen en lichamelijk en psychisch onderzoek verricht bij appellant. Daarnaast heeft Njoo kennisgenomen van de informatie uit de curatieve sector. Op basis hiervan is op 18 juni 2009 een Functionele Mogelijkheden Lijst opgesteld waarin beperkingen zijn neergelegd ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren, aanpassing aan fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen en het werken in de nachtelijke uren.

4.2.2. In de bezwaarfase heeft bezwaarverzekeringsarts W.M. Koek het dossier bestudeerd op grond waarvan zij zich heeft kunnen verenigen met het oordeel van verzekeringsarts Njoo.

4.2.3. Zoals de Raad eerder heeft overwogen is het aan het Uwv besluiten inzake de mate van arbeidsongeschiktheid van een verzekerde te doen steunen op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. Het is in een procedure die wordt gevoerd naar aanleiding van beslissingen met betrekking tot de mate van arbeidsongeschiktheid van een verzekerde aan die verzekerde om twijfel te zaaien aan de deugdelijkheid van de medische en arbeidskundige grondslag. De Raad wijst in dit verband naar zijn uitspraak van 8 april 2011, LJN BQ0845.

4.2.4. De Raad is van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, zoals omschreven in rechtsoverweging 4.2 en 4.3, op zorgvuldige wijze en conform de inhoudelijke vereisten die aan een dergelijk onderzoek worden gesteld, heeft plaatsgevonden. Daartegen is appellant weliswaar opgekomen, maar hij heeft zijn stellingen niet onderbouwd met nadere (medische) gegevens. De Raad heeft voorts geen aanknopingspunten gevonden die steun geven aan de stelling dat met de belastbaarheid van appellant in onvoldoende mate rekening is gehouden.

4.2.5. De Raad is van oordeel dat appellant er niet in is geslaagd de in 4.2.3 bedoelde twijfel te zaaien.

4.3. De Raad is – ten slotte – met de rechtbank van oordeel dat de passendheid van de functie wikkelaar (Sbc-code 267050) door bezwaararbeidsdeskundige P.W.A. Thoen op overtuigende wijze is gemotiveerd in zijn rapport van 4 juni 2010. De Raad heeft hieraan niets toe te voegen.

4.4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2011.

(get.) C.W.J. Schoor.

(get.) M.A. van Amerongen.