Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT6418

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-09-2011
Datum publicatie
04-10-2011
Zaaknummer
10-3694 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering ANW-uitkering. Appellantes echtgenoot was ten tijde van zijn overlijden niet (vrijwillig) verzekerd voor de ANW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3694 ANW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] te Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 juni 2010, 09/4558 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 30 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2011. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante woont in Marokko en is vanaf 1989 gehuwd geweest met [naam echtgenoot]. De echtgenoot van appellante, geboren in 1944, woonde laatstelijk in Marokko en heeft aldaar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen. Op 1 januari 2008 is hij in Marokko overleden. In juni 2008 heeft appellante aan de Svb verzocht om een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.

1.2. Bij het bestreden besluit van 14 september 2009 heeft de Svb zijn besluit van 16 oktober 2008 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet (vrijwillig) verzekerd was voor de ANW.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 14 september 2009 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft gesteld dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden vrijwillig verzekerd was ingevolge de ANW.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de Svb terecht heeft geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de ANW.

4.3. Ingevolge artikel 13 van de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd krachtens de ANW.

4.4. Appellante heeft zich op het standpunt gesteld dat haar echtgenoot zich vrijwillig verzekerd had ingevolge de ANW/AWBZ. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft zij jaaropgaven van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overgelegd van de jaren 2005, 2006 en heeft zij uitkeringsspecificaties van de arbeidsongeschiktheids-uitkering uit 2007 en 2008 overgelegd. Hieruit blijkt niet dat premie ingevolge de ANW werd ingehouden, integendeel de premie ingevolge de ANW en de AOW was nihil. Ook uit onderzoek door de Svb is niet gebleken dat de echtgenoot van appellante zich heeft aangemeld voor de vrijwillige verzekering ingevolge de ANW. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante op 1 januari 2008 niet verzekerd was krachtens de ANW, zodat geen aanspraak kan bestaan op een nabestaandenuitkering ingevolge die wet.

4.5. Tot slot stelt de Raad vast dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 22 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kan bestaan.

4.6. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en E.E.V. Lenos en N.J.E.G. Cremers als leden, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2011.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) H.L. Schoor.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

GdJ

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),

statue:

confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par T.L. de Vries en qualité de président, E.E.V. Lenos et N.J.E.G. Cremers comme membres, en présence de H.L. Schoor en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 30 septembre 2011.

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.