Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT2538

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23-09-2011
Datum publicatie
26-09-2011
Zaaknummer
11-19 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing proceskostenvergoeding. Eerst in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak, waarbij het beroep ongegrond is verklaard, heeft appellant de ontbrekende gegevens overgelegd. Indien appellant de gevraagde gegevens vóór het aanhangig maken van het beroep en hoger beroep had overgelegd, hadden de procedures bij de rechtbank Amsterdam en de Raad niet behoeven te worden gevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2011/400
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/19 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2010, 10/199 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna Svb)

Datum uitspraak: 23 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.J.M. de Leest, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De Svb heeft op 23 maart 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 22 april 2011 is namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Artikel 8:75, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat de rechtbank bij uitsluiting bevoegd is een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken omdat met de nieuwe beslissing op bezwaar van 23 maart 2011 de Svb volledig aan zijn beroep is tegemoetgekomen.

De Svb voert in verweer aan dat voor een vergoeding van de door appellant gemaakte kosten in beroep en hoger beroep geen aanleiding bestaat, nu de reden voor de afwijzing van de aanvraag was dat appellant niet de vereiste informatie had verstrekt die nodig was om het recht op AOW vast te stellen. Eerst in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak, waarbij het beroep ongegrond is verklaard, heeft appellant de ontbrekende gegevens overgelegd.

De Raad volgt de Svb in dit verweer en merkt daarbij nog op dat, indien appellant de gevraagde gegevens vóór het aanhangig maken van het beroep en hoger beroep had overgelegd, de procedures bij de rechtbank Amsterdam en de Raad niet hadden behoeven te worden gevoerd.

Van de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep heeft gemaakt, kan dan ook niet worden gezegd dat hij deze redelijkerwijs heeft moeten maken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2011.

(get.) M.M. van der Kade.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.