Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT2286

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-09-2011
Datum publicatie
23-09-2011
Zaaknummer
10-2982 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering uitkering van ziekengeld. Zorgvuldig medisch onderzoek. De bezwaarverzekeringsarts heeft naar het oordeel van de Raad op inzichtelijke wijze gemotiveerd waarom appellante, ondanks haar voetklachten en psychische klachten en haar medicatiegebruik, in staat kan worden geacht om haar werk te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2982 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Frankrijk (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 21 april 2010, 09/1588 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 21 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H. Mollema-de Jong, advocaat te Amersfoort, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2011. Appellante is verschenen bij haar gemachtigde mr. Mollema-de Jong. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr.drs. R.H.L. Janssen-Niehof.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante was voor 15 uur per week werkzaam als algemeen assistente bij J.B. Wevers te Harderwijk toen zij op 28 november 2008 uitviel wegens voetklachten; later was tevens sprake van psychische klachten. Het dienstverband tussen appellante en haar werkgever is per 1 januari 2009 geƫindigd, waarna appellante zich tot het Uwv heeft gewend met een verzoek om een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW).

1.2. Appellante is laatstelijk op 2 juni 2009 gezien door verzekeringsarts L.I. Sie, die haar na onderzoek met ingang van 8 juni 2009 hersteld achtte. Bij besluit van 2 juni 2009 heeft het Uwv per 8 juni 2009 (verdere) uitkering van ziekengeld geweigerd. Bij besluit van 28 augustus 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 2 juni 2009, onder verwijzing naar een rapportage van bezwaarverzekeringsarts M. Bakker van 25 augustus 2009, ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het medisch onderzoek van de verzekeringsartsen onzorgvuldig te achten. Appellante heeft geen medische informatie in het geding gebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van de beoordelingen van de verzekeringsartsen.

3. Appellante stelt in hoger beroep -samengevat- dat haar psychische beperkingen zijn onderschat en dat zij door haar paniekaanvallen en angststoornissen niet in staat is haar werk te verrichten. Daarnaast stelt appellante dat haar whiplash-klachten onvoldoende zijn erkend en dat door de artsen van het Uwv ten onrechte het verzekeringsgenees-kundig protocol Whiplash associated disorder I/II ten onrechte niet is toegepast. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft appellante diverse stukken in het geding gebracht, waaruit onder meer blijkt dat haar behandelend psychiater als diagnose een posttraumatisch stressyndroom heeft vastgesteld waarvoor zij sinds oktober 2009 wordt behandeld. Voorts blijkt uit deze stukken dat appellante in Frankrijk als gehandicapte werknemer is erkend en recht heeft op een maandelijkse uitkering.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het ten aanzien van appellante verrichte medische onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. Appellante is onderzocht door verzekeringsarts Sie. Deze arts heeft vastgesteld dat bij appellante sprake is van een licht beperkte beweeglijkheid van de rechter voet ten opzichte van links, dat voorts sprake is van een vermindering van angstklachten bij autorijden en dat er geen aanwijzingen zijn voor ernstig dysfunctioneren thuis. Bezwaarverzekeringsarts Bakker heeft appellante eveneens onderzocht en onderschrijft, op basis van bevindingen uit eigen onderzoek en verkregen informatie van de appellante behandelend psychiater en orthopedisch schoentechnicus, gemotiveerd het oordeel van de verzekeringarts. In haar in beroep, in reactie op de aangevoerde beroepsgronden en overgelegde medische stukken, overgelegde rapporten van 2 november 2009 en 1 februari 2010 heeft de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de Raad op inzichtelijke wijze gemotiveerd waarom appellante, ondanks haar voetklachten en psychische klachten en haar medicatiegebruik, op de datum in geding in staat kan worden geacht om haar werk te verrichten.

4.3. Wat betreft voormeld verzekeringsgeneeskundig protocol verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 13 mei 2009, LJN BI3737, waarin de Raad heeft geoordeeld dat de verzekeringsgeneeskundige protocollen geen toepassing vinden bij een ZW-beoordeling. Hetgeen hieromtrent is aangevoerd behoeft dan ook geen nadere bespreking.

4.4. De Raad is voorts van oordeel dat de in hoger beroep overgelegde medische gegevens geen nieuwe medische informatie bevatten die erop wijst dat bij appellante op 8 juni 2009 van verdergaande beperkingen sprake was dan de artsen van het Uwv hebben aangenomen. Dat appellante in Frankrijk wordt aangemerkt als arbeidsgehandicapte en op grond daarvan een maandelijkse uitkering ontvangt maakt dit niet anders.

5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van H.L. Schoor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 september 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) H.L. Schoor.

TM