Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT2203

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-08-2011
Datum publicatie
22-09-2011
Zaaknummer
10-2463 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2463 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

P R O C E S - V E R B A A L

van de mondelinge uitspraak

op het verzoek om herziening van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

tegen de uitspraak van de Raad van 9 april 2010, 08/4812

in het geding tussen:

verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum mondelinge uitspraak: 19 augustus 2011

Zitting hebben: T. Hoogenboom als voorzitter en H. Bolt en D.J. van der Vos als leden van de meervoudige kamer

Griffier: M.A. van Amerongen.

Ter zitting is verschenen:

Verzoeker, bijgestaan door mr. W.C. de Jonge. Het Uwv is niet verschenen.

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

1. Artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt de mogelijkheid een onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter te herzien. De feiten en omstandigheden op grond waarvan herziening uitsluitend kan plaatsvinden zijn vermeld in dat artikel. Het verzoekschrift van verzoeker bevat een opsomming van brieven en rapporten die zijn opgenomen in het dossier dat ten grondslag ligt aan de uitspraak van de Raad van 9 april 2010, alsmede conclusies die verzoeker aan die stukken verbindt. Dat verzoekschrift bevat geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Ook de brief van 11 mei 2010 van Instituut Psychosofia, Centrum voor spirituele geneeswijze en spirituele dans, bevat geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. In die brief is slechts opgenomen een opsomming gelijkaardig aan die welke in het verzoekschrift is opgenomen.

2. Verzoeker stelt zich, onder verwijzing naar de vermelde brief van Instituut Psychosofia, voorts op het standpunt dat de onderzoeken door de verzekeringsartsen van het Uwv niet volledig zijn geweest en dat de resultaten van die onderzoeken onjuist zijn. Dit heeft ertoe geleid dat er onvoldoende medische informatie over verzoekers gezondheidstoestand in de relevante periode aanwezig is. De rechterlijke toetsing van het desbetreffende besluit is volgens verzoeker eveneens ondeugdelijk geweest evenals de beslissing daarover van de Raad. Verzoeker heeft ten slotte aangevoerd dat hij - ten gevolge van de ondeugdelijke medische onderzoeken - onvoldoende in staat is gesteld de wettelijke bevoegdheden uit te oefenen die ter borging dienen van zijn rechtspositie, daaronder ook begrepen de bevoegdheden die besloten liggen in artikel 8:88 van de Awb. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd zijn evenmin nieuwe feiten of omstandigheden gelegen als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

3. Voor zover verzoeker betoogt dat de beslissing vervat in de uitspraak van de Raad van 9 april 2010 onjuist is, oordeelt de Raad dat, zoals hij heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 19 augustus 2011

de griffier de voorzitter

(get.) M.A. van Amerongen (get.) T. Hoogenboom

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep.

TM