Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT2201

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-09-2011
Datum publicatie
22-09-2011
Zaaknummer
11-99 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten en omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/99 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoekster),

van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 november 2010, 10/1921 AW, LJN BO6487, op het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 maart 2010, 09/2905,

in het geding tussen:

verzoekster

en

het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam (hierna: college)

Datum uitspraak: 15 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft om herziening verzocht van bovenvermelde uitspraak van de Raad van 18 november 2010.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2011. Verzoekster is verschenen. Voor het college is - zoals was aangekondigd - niemand verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2. Verzoekster heeft in het kader van haar verzoek om herziening erop gewezen dat (vanwege) het college tijdens haar dienstverband tot 1 juni 2009 en in de nasleep van de beëindiging daarvan haar naam en woonplaats niet steeds correct heeft (is) vermeld.

3. 1. De Raad stelt vast dat verzoekster hiermee geen feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak van 18 november 2010 hebben plaatsgevonden heeft vermeld, die bij haar vóór die uitspraak niet bekend waren en haar redelijkerwijs niet bekend konden zijn als bedoeld in artikel 8:88, aanhef en onder b, van de Awb. Zoals verzoekster ter zitting

- terecht - heeft te kennen gegeven, gaat het op zichzelf wel om feiten en omstandigheden die haar vóór de uitspraak van 18 november 2010 bekend waren; zij is zich echter pas na die uitspraak van de in haar opvatting wezenlijke betekenis van die feiten en omstandigheden voor de beoordeling van het ontslagbesluit van 27 februari 2009 bewust geworden. Dat aspect is evenwel, gezien de tekst van artikel 8:88, aanhef en onder b, van de Awb, niet van belang.

3.2. Dit betekent dat verzoekster een hernieuwde discussie over de betrokken zaak voert en een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak beoogt te voeren. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is voor het voeren van dergelijke discussies niet gegeven.

4.1. Het verzoek om herziening moet dus worden afgewezen. Wat verzoekster anderszins nog heeft aangevoerd en gevorderd valt buiten het bestek van het bijzondere rechtsmiddel van herziening en laat de Raad onbesproken.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en R. Kooper en C.G. Kasdorp als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 september 2011.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) B. Bekkers.

HD