Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BT1744

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-09-2011
Datum publicatie
16-09-2011
Zaaknummer
10-6368 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning WGA-uitkering. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat het medisch onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest. Uit hun rapporten blijkt dat de (bezwaar)verzekeringsartsen een volledig beeld hadden van de problematiek van appellant. De Raad is evenals de rechtbank uit de vele voorhanden medische gegevens niet gebleken dat het Uwv daarbij van onjuiste of te geringe beperkingen is uitgegaan. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. In aanmerking genomen de diverse arbeidskundige rapporten is ook de Raad van oordeel dat een als genoegzaam aan te merken motivering is gegeven van de geschiktheid van appellant om de geselecteerde functies te vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6368 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 8 november 2010, 10/525 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 14 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Z.M. Alaca, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat met vermelding van het volgende.

1.2. Bij besluit van 15 juni 2006 heeft het Uwv appellant een loongerelateerde

WGA-uitkering toegekend over de periode van 27 april 2006 tot 27 april 2010. De mate van arbeidsongeschiktheid van appellant is laatstelijk vastgesteld op 80 tot 100%.

1.3. Bij besluit van 19 oktober 2009 heeft het Uwv na medisch en arbeidskundig heronderzoek de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 9%. Daarbij is meegedeeld dat de hoogte van de loongerelateerde WGA-uitkering hierdoor niet wijzigt. In bezwaar heeft appellant aangevoerd volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. Bij besluit van 25 maart 2010 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven en het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat zij - gelet op alle voorhanden medische gegevens - geen aanknopingspunten heeft gevonden om de eindconclusies van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek in twijfel te trekken. Appellant heeft geen gegevens overgelegd waaruit medische beperkingen zijn te herleiden die ernstiger zijn dan door het Uwv is aangenomen. Geconcludeerd moet worden dat de functionele mogelijkheden en beperkingen van appellant juist zijn vastgesteld. Met betrekking tot de arbeidskundige component van de schatting heeft de rechtbank geoordeeld dat de in het dossier aanwezige gegevens de conclusie kunnen dragen dat appellant in medisch opzicht in staat is tot het vervullen van de functies waarop de schatting is gebaseerd.

3. In hoger beroep heeft appellant in essentie dezelfde gronden aangevoerd als hij in beroep heeft gedaan. Volgens appellant heeft het Uwv zijn psychische beperkingen onderschat, waardoor hij niet geschikt is voor het vervullen van de geduide functies.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat het medisch onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts heeft zich voor zijn oordeelsvorming gebaseerd op dossieronderzoek, eigen medisch onderzoek en opgevraagde medische informatie van de behandelend sector. De bezwaarverzekeringsarts, die ter hoorzitting aanwezig was, heeft de in bezwaar door appellant toegezonden informatie en de opgevraagde en verkregen informatie van de behandelend artsen bij zijn beoordeling betrokken. Uit hun rapporten blijkt dat de (bezwaar)verzekeringsartsen een volledig beeld hadden van de problematiek van appellant.

4.2. Het Uwv heeft in verband met psychische klachten van appellant beperkingen aangenomen. De Raad is evenals de rechtbank uit de vele voorhanden medische gegevens niet gebleken dat het Uwv daarbij van onjuiste of te geringe beperkingen is uitgegaan. Het rapport van klinisch psycholoog M.P. Steger van 27 oktober 2007 en het schrijven van de vorige behandelend psychiater drs. M. Badr van 3 december 2008 zijn van ruim voor de datum hier in geding. Het Uwv wijst er terecht op dat actuele informatie over de psychische toestand van appellant is verkregen van de thans behandelend psychiater dr. C. Colaklar bij brief van 12 januari 2010, welke informatie door de bezwaarverzekeringsarts in zijn beoordeling is meegenomen. De Raad onderschrijft de conclusie van het Uwv dat gelet op de overige beschikbare medische gegevens deze informatie van Colaklar geen aanleiding geeft voor de veronderstelling dat de klachten van appellant onderschat zijn of onjuist geïnterpreteerd. Ten aanzien van het indicatiebesluit van CIZ van 6 oktober 2009 en de evaluatierapportage van re-integratiebedrijf Agens heeft het Uwv overwogen dat deze stukken geen aanleiding geven de vastgestelde medische beperkingen in twijfel te trekken, nu de daarin verwoorde opvattingen niet steunen op onderliggende medische gegevens en zien op een andere beoordeling dan een beoordeling van aanspraken op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een persoonlijke visie weergeven ten aanzien van de mogelijkheden tot re-integratie. De Raad volgt het Uwv in dit standpunt.

4.3. Aldus uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt. In aanmerking genomen de diverse arbeidskundige rapporten is ook de Raad van oordeel dat een als genoegzaam aan te merken motivering is gegeven van de geschiktheid van appellant om de geselecteerde functies te vervullen.

4.4. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M.A. van Amerongen.

NW