Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR6670

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-09-2011
Datum publicatie
06-09-2011
Zaaknummer
10/87 AOW + 10/101 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening als bedoeld in art. 8:88 Awb. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/87 AOW en 10/101 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[Verzoekster], wonende te Marokko (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 31 december 2008, 08/1164 en 08/4039,

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 2 september 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 31 december 2008 heeft de Raad bevestigd de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

22 januari 2008, nr. 06/3348, en is het beroep gericht tegen het nadere besluit van de Svb van 8 juli 2008 ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 3 december 2009 heeft de Raad een verzoek om herziening van de uitspraak van 31 december 2008 afgewezen.

Verzoekster heeft bij brief van 15 december 2009 wederom een verzoek om herziening ingediend.

Door de Svb is op dit verzoek om herziening een reactie ingezonden.

Het verzoek is behandeld ter zitting van de Raad op 12 augustus 2011. Verzoekster is daar niet verschenen en de Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad stelt voorop dat het door verzoekster bij brief van 15 december 2009 ingediende verzoek aangemerkt moet worden als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 31 december 2008, nu daarin expliciet wordt aangegeven dat ten onrechte geen nabestaandenuitkering aan verzoekster is toegekend. Daarbij wijst de Raad erop dat al eerder is overwogen, onder meer in de uitspraak van 18 mei 2006 (LJN AX6446) dat op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) immer van een oorspronkelijke uitspraak herziening kan worden gevraagd.

2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3. Verzoekster heeft in haar verzoek om herziening aangevoerd dat zij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van

31 december 2008, omdat zij meent aanspraak te kunnen maken op een nabestaandenuitkering.

4. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in genoemde bepalingen van de Awb, naar voren is gebracht. Daarbij wijst de Raad erop dat de door verzoekster aangevoerde omstandigheden ook al naar voren zijn gebracht in de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van 31 december 2008.

5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2011.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) E. Heemsbergen.

EV