Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR6409

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-08-2011
Datum publicatie
01-09-2011
Zaaknummer
10-3613 MPW-W
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Proces-verbaal van mondelinge beslissing. Afwijzing verzoek om wraking. Geen feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de betrokken rechter. De enkele omstandigheid dat een rechter in een eerdere zaak van verzoeker betreffende een soortgelijke aangelegenheid een uitspraak heeft gedaan, al of niet onder verwijzing naar, eventueel mede door hem gevormde, vaste jurisprudentie van het college waarvan hij deel uitmaakt, kan niet gerekend worden tot feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3613 MPW-W

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

P R O C E S – V E R B A A L

van de mondelinge beslissing op 19 augustus 2011

Zitting hebben: T. Hoogenboom als voorzitter en H. Bolt en D.J. van der Vos als leden

Griffier: M.A. van Amerongen

Beslissing op het verzoek op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht van [Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker).

Het betreft een verzoek om wraking, gedaan door verzoeker bij schrijven van 6 augustus 2011, van mr. R. Kooper, die het geding tussen verzoeker en de Minister van Defensie zou behandelen ter zitting op 1 september 2011.

Verzoeker en mr. Kooper zijn ingevolge artikel 8:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van de Raad van heden. Verzoeker is daar verschenen. Mr. Kooper heeft schriftelijk doen weten niet in de wraking te berusten en geen gebruik te zullen maken van de gelegenheid te worden gehoord.

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Wijst het verzoek om wraking af.

Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2. Ter motivering van zijn verzoek om wraking heeft verzoeker aangevoerd dat mr. Kooper valsheid in geschrifte, bedrog en corruptie niet schroomt. Hiertoe verwijst verzoeker naar de uitspraken met registratienummers 05/5775 en 05/5776 MPW gedaan in een tweetal eerder door verzoeker bij de Raad aanhangig gemaakte zaken, in welke uitspraken de feiten volgens verzoeker worden verdraaid. Deze uitspraken zijn gedaan door een meervoudige kamer waarvan mr. Kooper lid was. Verzoeker heeft verder gesteld dat al het feit dat het door hem ingestelde hoger beroep door een enkelvoudige kamer van de Raad wordt behandeld, waar dat zijns inziens een militaire meervoudige kamer had moeten zijn, getuigt van vooringenomenheid en partijdigheid aan de kant van mr. Kooper.

3.1. Zoals blijkt uit de Memorie van Toelichting bij artikel 8:15 van de Awb (Pg Awb II, p. 410) is de ratio van het instituut van wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van de rechterlijke partijdigheid.

3.2. Een wrakingsgrond dient gelegen te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de (persoon van de) rechter die de zaak behandelt. Het wrakingsverzoek dient het betrokken lid of de betrokken leden van het rechterlijk college te betreffen, niet het rechterlijk college als zodanig. Kritiek op - al of niet vaste - rechtspraak van een rechterlijk college komt niet in aanmerking als wrakingsgrond omdat het instituut van de wraking niet kan worden gebruikt als rechtsmiddel. De enkele omstandigheid dat een rechter in een eerdere zaak van verzoeker betreffende een soortgelijke aangelegenheid een uitspraak heeft gedaan, al of niet onder verwijzing naar, eventueel mede door hem gevormde, vaste jurisprudentie van het college waarvan hij deel uitmaakt, kan niet gerekend worden tot feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ook vloeit uit de ratio van het wrakingsinstrument voort dat het niet kan worden aangewend als een rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen.

3.3. Het onderhavige wrakingsverzoek is in de kern gericht tegen de inhoud van de door verzoeker bedoelde rechtspraak van de Raad. Daarbij heeft mr. Kooper meegewerkt aan twee uitspraken waarbij verzoeker in het ongelijk is gesteld. Gelet op de strekking en toonzetting van een groot aantal door verzoeker ingebrachte stukken, richt verzoeker zich tevens tegen de rechterlijke macht in het algemeen en in het bijzonder tegen de Raad als zodanig.

4. Op grond van hetgeen is overwogen in 1 tot en met 3.3 is de Raad van oordeel dat in hetgeen door verzoeker aan zijn verzoek om wraking ten grondslag is gelegd, geen feiten of omstandigheden zijn gelegen die betrekking hebben op de persoon van de betrokken rechter. Het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

Waarvan proces-verbaal,

Utrecht, 19 augustus 2011

de griffier

(get.) M.A. van Amerongen

de voorzitter

(get.) T. Hoogenboom

NW