Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR6392

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
01-09-2011
Zaaknummer
09-6119 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag voor vergoeding van een laptop met een aangepast leesprogramma in verband met dyslexie. Appellante is vanwege strabismus beperkt in haar oog- handcoördinatie. Niet aannemelijk gemaakt dat de problemen bij de oog- handcoördinatie met de gevraagde voorziening worden verminderd. Nu de gevraagde voorziening de gevolgen van strabismus bij het volgen van onderwijs niet vermindert of wegneemt de aanvraag terecht is afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen 2.17
Reïntegratiebesluit
Reïntegratiebesluit 19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2011/287
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6119 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 16 september 2009, 08/882(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 31 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. E. Kort-Schenk, werkzaam bij Stichting Univé Rechtshulp, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juni 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Kort-Schenk. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D.R. Abdoelhak.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante heeft ter ondersteuning van haar HBO-studie voor het studiejaar 2008-2009 een laptop met een aangepast leesprogramma aangeschaft. Voor de kosten daarvan heeft zij op 18 maart 2008 bij het Uwv een voorziening aangevraagd. Bij de aanvraag heeft zij vermeld dat zij lees- en schrijfproblemen heeft ten gevolge van dyslexie. Bij besluit van 18 april 2008 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen, omdat onderwijsvoorzieningen voor leerlingen met dyslexie niet meer worden vergoed. Daarbij heeft het Uwv erop gewezen dat alleen wanneer sprake is van dyslexie in combinatie met een motorische handicap het Uwv bevoegd is een voorziening toe te kennen. In bezwaar tegen dit besluit heeft appellante aangevoerd dat naast dyslexie er sprake is van een motorische handicap, voortkomend uit een stoornis in de oogspieren (strabismus). Deze stoornis zorgt voor problemen bij het diepte zien en bij de oog- handcoördinatie.

1.2. Naar aanleiding van het bezwaar heeft bezwaarverzekeringsarts E. Bloemhof onderzoek gedaan. In zijn rapport van 22 augustus 2008 concludeert Bloemhof dat appellante, ondanks strabismus, goed kan zien, overigens met correctie. Strabismus geeft bij appellante problemen bij het diepte zien ten gevolge waarvan de oog- handcoördinatie ontoereikend is voor een goede prestatie in het driedimensionale vlak. In het tweedimensionale vlak speelt het zien van diepte geen rol. Aangezien schrijven en lezen zich in het tweedimensionale vlak afspelen, heeft appellante vanwege strabismus geen beperkingen ten aanzien van het lezen en schrijven. Zo er al beperkingen zouden zijn, dan zullen deze niet anders zijn ten aanzien van het lezen van een computerscherm of het bedienen van de computer.

1.3. Met verwijzing naar het rapport van Bloemhof van 22 augustus 2008 heeft het Uwv bij besluit van 5 september 2008 (hierna: bestreden besluit) het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Het Uwv heeft erop gewezen dat het doel van het verstrekken van een voorziening is om de beperkingen ten gevolge van de handicap te verminderen. Appellante heeft beperkingen die voortkomen uit strabismus. De gevraagde voorziening zal echter niet leiden tot een vermindering van de uit strabismus voortkomende beperkingen.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de medische beoordeling die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. Van de zijde van appellante zijn geen medische stukken in het geding gebracht die aanleiding vormen om aan die beoordeling te twijfelen.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep haar standpunt gehandhaafd. Zij heeft er allereerst op gewezen dat het Uwv noch de rechtbank duidelijk heeft gemaakt wat moet worden verstaan onder het begrip ‘motorische handicap’ in combinatie met dyslexie. Zij heeft aangevoerd dat bij haar sprake is van een motorische handicap, nu vanwege strabismus haar oog- handcoördinatie beperkt is. De gevolgen van deze handicap worden met de gevraagde voorziening verminderd dan wel opgeheven. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft appellante verklaringen overgelegd van 17 maart 2010 van de behandelend oogarts en van 31 januari 2011 van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij heeft verzocht om een deskundigenoordeel.

3.2. Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt vast dat appellante vanwege strabismus beperkt is in haar oog- handcoördinatie. Gelet op het hoger beroep en het verhandelde ter zitting is tussen partijen allereerst in geschil de vraag of de beperkingen die strabismus voor appellante opleveren bij het volgen van onderwijs door de onderhavige voorziening worden weggenomen of verminderd.

4.2. Met de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag ontkennend. Bezwaarverzekeringsarts Bloemhof heeft in zijn rapport van 22 augustus 2008 overwogen dat strabismus bij appellante voor problemen zorgt in het driedimensionale vlak en dat deze problemen zich niet voordoen in het tweedimensionale vlak. Naar het oordeel van Bloemhof is vanwege strabismus dan ook geen sprake van relevante beperkingen die door de gevraagde laptop met aanpassingen worden weggenomen. Evenals de rechtbank heeft ook de Raad geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt. Bloemhof heeft zijn standpunt op inzichtelijke wijze uiteengezet en heeft bij zijn oordeelsvorming de door appellante overgelegde medische gegevens betrokken. Ook de in hoger beroep door appellante overgelegde verklaringen bieden geen aanknopingspunt voor het standpunt dat de door het Uwv onderschreven conclusies van Bloemhof niet juist zouden zijn. In die verklaringen wordt niet inhoudelijk ingegaan op het medisch oordeel van Bloemhof. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de problemen bij de oog- handcoördinatie met de gevraagde voorziening worden verminderd. In het voorgaande ligt besloten dat de Raad geen aanleiding ziet voor het benoemen van een deskundige.

4.3. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat nu de gevraagde voorziening de gevolgen van strabismus voor appellante bij het volgen van onderwijs niet vermindert of wegneemt de onderhavige aanvraag van 18 maart 2008 door het Uwv terecht is afgewezen.

4.4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) M.A. van Amerongen.

EV