Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR5896

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
26-08-2011
Zaaknummer
10-2887 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2887 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2010, 09/3456 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum (hierna: College)

Datum uitspraak: 16 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. E.C. Ramdihal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 5 juli 2011. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluiten van 25 september 2008 heeft het College de ingevolge de Wet en bijstand verleende bijstand van appellant met ingang van 1 juli 2008 beëindigd (lees: ingetrokken), de hem over de periode van 28 mei 2002 tot 1 juli 2008 verleende bijstand ingetrokken en de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 28 mei 2002 tot en met 9 juli 2008 van hem teruggevorderd tot een bedrag van € 66.185,83.

1.2. Bij besluit van 11 mei 2009, verzonden op 13 mei 2009, heeft het College de tegen de besluiten van 25 september 2008 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 11 mei 2009 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft de rechtbank vastgesteld dat het beroepschrift van appellante op 28 juli 2009 door de rechtbank is ontvangen, terwijl de ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van

6 weken reeds op 24 juni 2009 was geëindigd. Door appellant is niet betwist dat het bij faxbericht van 19 juni 2009 verzonden beroepschrift niet door de rechtbank is ontvangen. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het beroepschrift te laat is ingediend. Daarbij is in de aangevoerde omstandigheden geen grond gezien voor het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest in de zin van artikel 6:11 van de Awb.

3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daarbij stelt appellant zich op het standpunt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad merkt allereerst op dat het in het onderhavige geval gaat om de toepassing van wettelijke voorschriften met betrekking tot de termijn voor het indienen van bezwaar en beroep. Deze voorschriften zijn van openbare orde, zodat de rechter zich daarover ambtshalve - ongeacht de door partijen hieromtrent ingenomen standpunten - dient uit te spreken. De stelling van appellant dat van de zijde van de gemeente is meegedeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten, hetgeen overigens door het College is betwist, laat de Raad derhalve bij zijn beoordeling buiten beschouwing.

4.2. De overige door appellant aangevoerde omstandigheden bieden geen grond om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Voor de vraag of sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding dienen door appellant omstandigheden te worden aangevoerd die een verklaring geven voor het feit dat het beroepschrift te laat is ingediend. Dergelijke omstandigheden heeft appellant niet gesteld en/of met objectieve gegevens onderbouwd.

5. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep van appellant niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2011.

(get.) R.H.M. Roelofs.

(get.) M.C. Nijholt.

HD