Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR5760

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
25-08-2011
Zaaknummer
10-46 WAZ-T
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. Intrekking WAZ-uitkering. Door de Raad is een deskundige geraadpleegd. Onvoldoende medische grondslag. De Raad draagt het Uwv op om het gebrek in het besluit te herstellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/46 WAZ-T

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

T U S S E N U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 2 december 2009, 07/5001

(hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N.J. Brouwer, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand te

's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juni 2010. Namens appellant is verschenen zijn gemachtigde mr. Brouwer. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.L. Clemens.

Na sluiting van het onderzoek is gebleken dat dit niet volledig is geweest. Om die reden is het onderzoek heropend.

De Raad heeft de neuroloog dr. J.W. Stenvers benoemd als deskundige voor het instellen van een onderzoek. Stenvers heeft bij rapport van 28 januari 2011 schriftelijk verslag van het onderzoek uitgebracht.

Het Uwv en appellant hebben hun zienswijze op het rapport van de deskundige Stenvers naar voren gebracht. Het Uwv heeft dit gedaan door overlegging van een rapportage van de stafverzekeringsarts dr. T.J.A. Boel van 18 februari 2011.

Op verzoek van de Raad heeft de deskundige Stenvers bij brief van 5 april 2011 gereageerd op de rapportage van de stafverzekeringsarts.

Partijen hebben toestemming gegeven voor afdoening buiten zitting.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.

1.2. Ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank van 15 juni 2007 (06/3829 en 06/3830) heeft het Uwv een besluit genomen van 14 november 2007 (bestreden besluit). Hij heeft daarbij zijn eerdere besluit van 6 juni 2006, inhoudende de intrekking van appellants uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) met ingang van 26 maart 2006 gehandhaafd.

2. Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft de neuroloog H. Wouters als deskundige benoemd. In zijn rapport van 2 april 2009 heeft de deskundige Wouters neergelegd op neurologische gronden te kunnen instemmen met de door de verzekeringsarts L.I. Cools in zijn rapportage van 29 december 2005 vastgestelde belastbaarheid van appellant per 26 maart 2006, inhoudende dat per die datum geen sprake was van beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid. De rechtbank heeft de door haar ingeschakelde deskundige gevolgd en heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de rechtbank de deskundige Wouters ten onrechte heeft gevolgd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht heeft de Raad aanleiding gezien om de neuroloog Stenvers als deskundige te benoemen. De deskundige komt in zijn rapport van 28 januari 2011 tot de conclusie dat bij appellant op 26 maart 2006, anders dan de verzekeringsartsen hebben aangenomen, wel sprake was van een ziekte, bestaande uit in ieder geval het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) en het Periodic Leg Movement Syndroom (PLMS), met als gevolg daarvan beperkingen ten aanzien van geheugen en concentratie. Hij kan zich niet verenigen met de conclusies van bezwaarverzekeringsarts Cools en de door de rechtbank benoemde deskundige Wouters. Stafverzekeringsarts Boel heeft in zijn rapport van 18 februari 2011 gemotiveerd gereageerd op het rapport van de deskundige Stenvers. De rapportage van stafverzekeringsarts Boel is voor commentaar voorgelegd aan de deskundige. In zijn reactie van 5 april 2011 heeft de deskundigeg Stenvers uiteengezet waarom de rapportage van stafverzekeringsarts Boel hem geen aanleiding geeft om zijn eerder getrokken conclusie te wijzigen.

4.2. De Raad is van oordeel dat het onderzoek van Stenvers zorgvuldig en volledig is. In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel pleegt te volgen. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken. Ook doet zich niet de situatie voor dat uit de reactie van Stenvers op het andersluidende oordeel van stafverzekeringsarts Boel blijkt dat de deskundige zijn eigen oordeel niet serieus heeft heroverwogen. De Raad volgt dan ook het oordeel van de deskundige. Daarmee staat vast dat het Uwv ten onrechte ervan is uitgegaan dat appellant op 26 maart 2006 niet langer (objectiveerbare) beperkingen had voor het verrichten van arbeid als gevolg van ziekte of gebrek.

4.3. De Raad concludeert op basis van de overwegingen 4.1 en 4.2 dat het bestreden besluit geen voldoende medische grondslag heeft. Het bestreden besluit dient daarom te worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

4.4. De Raad dient aansluitend te bezien welk vervolg aan deze uitkomst wordt gegeven. In dit geval kunnen de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit niet in stand blijven en kan de Raad evenmin zelf in de zaak voorzien. Omdat het Uwv zich nog niet heeft uitgelaten over de gevolgen die het onder 4.1 en 4.2 gegeven oordeel van de Raad heeft voor het besluit van 6 juni 2006, waarbij de WAZ-uitkering is ingetrokken, ziet de Raad aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet het Uwv op te dragen het in 4.3 aangeduide gebrek in het bestreden besluit te herstellen dan wel een ander besluit te nemen. In dit verband zal moeten worden beoordeeld of appellant met de door de deskundige Stenvers aangenomen beperkingen ten aanzien van geheugen en concentratie, op 26 maart 2006 in staat was zijn eigen werk als directeur/grootaandeelhouder te verrichten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Draagt het Uwv op om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 14 november 2007 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad in deze uitspraak heeft overwogen.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en M. Greebe en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) T.J. van der Torn.

EF