Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR5753

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
25-08-2011
Zaaknummer
09-2958 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Uwv is met de gewijzigde beslissing op bezwaar geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen. Proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2958 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 27 april 2009, 08/5882 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 24 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. O. Labordus, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. te Rijswijk, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2011. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.B. Heij.

De Raad heeft het onderzoek heropend teneinde het Uwv in de gelegenheid te stellen een nadere toelichting te geven van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies. Daarop heeft het Uwv bij schrijven van 30 maart 2011 een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige overgelegd en een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 5 mei 2011 heeft mr. Labordus namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente.

Het Uwv heef hierop bij brief van 30 juni 2011 gereageerd.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade die de verzoeker lijdt.

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 30 maart 2011 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoet gekomen.

De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. Nu het Uwv bij besluit van 30 maart 2011 reeds heeft aangegeven de in bezwaar gemaakte kosten te zullen vergoeden staat de Raad enkel nog geplaatst voor een beoordeling van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep .

De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van

1 november 1995, LJN ZB 1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.

Het Uwv heeft bij brief van 30 juni aangevoerd er van uit te gaan dat de kostenvergoeding voor de uitgebrachte medische rapportage zal worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. De Raad is van oordeel dat de vordering ter hoogte van € 618,80 voor kosten van de medische expertise van W.C.G. Blanken als redelijk gemaakte kosten voor toewijzing in aanmerking komt.

Appellant kan zich voor vergoeding van het griffierecht in beroep en hoger beroep rechtstreeks tot het Uwv wenden.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor is aangegeven;

Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.584,80.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2011.

(get.) J.W. Schuttel.

(get.) J.A. Achterberg.

EV