Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR5412

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-08-2011
Datum publicatie
23-08-2011
Zaaknummer
10-6337 AKW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uit de brief van de Svb van 13 juli 2011 blijkt dat de Svb de weigering van kinderbijslag aan appellant over de kwartalen op de in het bestreden besluit aangegeven grondslag niet langer handhaaft. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6337 AKW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2010, 09/5022 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de Svb).

Datum uitspraak: 19 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 13 juli 2011 heeft de Svb gereageerd op een vraag van de Raad.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2011. Namens appellant is verschenen mr. De Roy van Zuydewijn, voornoemd. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is in het verleden werkzaam geweest in Nederland en is in 1993 teruggekeerd naar Marokko. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft in 2004 met ingang van 16 augustus 1994 aan appellant een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend berekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Op 2 januari 2009 heeft appellant een aanvraag om toekenning van kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ingediend bij de Svb.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 30 september 2009 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 25 februari 2009 gehandhaafd, waarbij is geweigerd met ingang van het eerste kwartaal van 2008 kinderbijslag aan appellant toe te kennen, omdat appellant niet verzekerd was krachtens de AKW op grond van artikel 27 van het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen 1999 van 24 december 1998, Stb. 746 (KB 746), nu hij over het vierde kwartaal van 1999 geen recht had op kinderbijslag voor een kind jonger dan 18 jaar.

2. De rechtbank heeft het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3.1. Namens appellant is aangevoerd dat hij wel verzekerd was ingevolge de AKW.

3.2. Na kennisneming van het arrest van de Hoge Raad van 8 april 2011 (LJN BP4794), waarbij de Hoge Raad voor de toepassing van artikel 27 van KB 746 - anders dan de rechtbank en de Raad - een theoretisch recht op kinderbijslag bepalend heeft geacht, heeft de Svb bij brief van 13 juli 2011 medegedeeld nader van oordeel te zijn dat appellant vanaf het eerste kwartaal van 2000 verzekerd is krachtens de AKW en dat het voornemen bestaat om over het eerste kwartaal van 2008 tot en met het eerste kwartaal van 2009 kinderbijslag aan appellant toe te kennen mits voldaan is aan de overige voorwaarden voor het recht.

3.3. Ter zitting is door de gemachtigde van de Svb meegedeeld dat zo spoedig mogelijk al een deel van de verschuldigde kinderbijslag aan appellant betaald zal worden en dat na ontvangst van de voor enkele kinderen vereiste nadere gegevens besloten zal worden over de aanspraak op kinderbijslag voor die kinderen.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad stelt voorop dat in dit geding slechts in geschil is of appellant vanaf het eerste kwartaal van 2008 tot en met het eerste kwartaal van 2009 recht heeft op kinderbijslag voor zijn kinderen. Uit de brief van de Svb van 13 juli 2011 blijkt dat de Svb de weigering van kinderbijslag aan appellant over deze kwartalen op de in het bestreden besluit aangegeven grondslag niet langer handhaaft. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak en het daarbij gehandhaafde bestreden besluit niet in stand kunnen blijven. De Svb dient een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met betrekking tot de aanspraak op kinderbijslag van appellant.

4.2. Naar aanleiding van de hiervoor onder 3.3 weergegeven mededelingen van de Svb heeft de gemachtigde van appellant verzocht om uitspraak te doen in dit geding. Onder deze omstandigheden heeft de Raad geen aanleiding gevonden de behandeling van dit geschil aan te houden in afwachting van de nader door de Svb te nemen besluiten.

5. De Raad ziet aanleiding om de Svb op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 437,- voor in beroep en op € 874,- voor in hoger beroep verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;

Bepaalt dat de Svb een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen met inachtneming van het hiervoor overwogene;

Veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 1.311,-;

Bepaalt dat de Svb aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht ad € 152,- dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2011.

(get.) T.L. de Vries.

(get.) T.J. van der Torn.

EV