Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR5362

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-08-2011
Datum publicatie
19-08-2011
Zaaknummer
10-7030 AOW-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/7030 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2010, 09/5647 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)

Datum uitspraak: 18 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 4 februari 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 4 februari 2011 heeft appellante verzet gedaan.

Bij brief van 11 mei 2011 heeft appellante bericht dat [el J.] te [woonplaats] als haar gemachtigde zal optreden.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 8 augustus 2011, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 4 februari 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 16 december 2010. Het hogerberoepschrift is op 18 december 2010 ter post bezorgd en op 28 december 2010 bij de Raad ontvangen.

In het verzetschrift heeft appellante - slechts - aangegeven dat zij het niet eens is met de uitspraak van de Raad van 4 februari 2011 en heeft zij de Raad verzocht haar dossier te herzien.

De Raad stelt vast dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding haar niet kan worden verweten.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

EV