Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR5141

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-08-2011
Datum publicatie
18-08-2011
Zaaknummer
11-215 WWB-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Ten onrechte heeft de rechtbank beslist dat er geen sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden die verlening van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht zouden rechtvaardigen.” In het licht van hetgeen in beroep bij de rechtbank op dit punt aan gronden is aangevoerd en het daarover door de rechtbank in de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk gegeven oordeel, is hiermee voldoende duidelijk gemaakt waarom appellant zich met de aangevallen uitspraak niet kan verenigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2011/376
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/215 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2010, 10/3690 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam

Datum uitspraak: 17 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 10 mei 2011 heeft de Raad het namens appellant door mr. J.S. Vlieger, advocaat te Amsterdam, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 heeft mr. Vlieger namens appellant verzet gedaan.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet de gronden van het hoger beroep bevat, en dat (de gemachtigde van) appellant dit verzuim niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft hersteld.

De Raad is, mede naar aanleiding van hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd, tot het nadere oordeel gekomen dat het hogerberoepschrift wel (de) gronden van het hoger beroep bevat. Het hogerberoepschrift vermeldt onder meer: “Met dit besluit kan appellant zich niet verenigen. Ten onrechte heeft de rechtbank beslist dat er geen sprake zou zijn van bijzondere omstandigheden die verlening van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht zouden rechtvaardigen.” In het licht van hetgeen in beroep bij de rechtbank op dit punt aan gronden is aangevoerd en het daarover door de rechtbank in de aangevallen uitspraak uitdrukkelijk gegeven oordeel, is hiermee voldoende duidelijk gemaakt waarom appellant zich met de aangevallen uitspraak niet kan verenigen.

Het verzet dient gegrond te worden verklaard.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat in dit geval geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 augustus 2011.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) D.W.M. Kaldenhoven.

EV