Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR4911

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-08-2011
Datum publicatie
16-08-2011
Zaaknummer
10-6283 AWBZ
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. Niet verschoonbare termijnoverschrijding. Niet aangetoond dat appellante gedurende de gehele beroepstermijn van zes weken door het geen beroepschrift heeft kunnen indienen of de hulp van derden heeft kunnen inroepen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/6283 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 oktober 2010, 10/134 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

Argonaut Advies B.V. (hierna: Argonaut)

Datum uitspraak: 10 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is ter behandeling aan de orde gesteld op 18 mei 2011. Partijen zijn met bericht niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Bij besluit van 7 oktober 2009 heeft Argonaut op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) de aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget afgewezen.

1.2. Bij besluit van 2 december 2009 heeft Argonaut de bezwaren van appellante tegen het besluit van 7 oktober 2009 ongegrond verklaard.

1.3. Bij de brief van 20 januari 2010 heeft appellante beroep ingediend bij Argonaut. Vervolgens heeft Argonaut het beroepschrift doorgestuurd naar de rechtbank.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn zoals genoemd in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellante heeft aangevoerd dat zij door diverse ziekenhuisopnames en haar medische situatie niet tijdig heeft kunnen reageren op het besluit van 2 december 2010. De rechtbank heeft evenwel geoordeeld dat appellante niet heeft kunnen aantonen dat de termijnoverschrijding is te wijten aan de ziekenhuisopnames. De beroepstermijn, die afliep op 13 januari 2010, is met de indiening van het beroepschrift, gedateerd op 20 januari 2010, overschreden.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De Raad stelt evenals de rechtbank vast dat het beroepschrift van appellante niet binnen de in artikel 6:7 van de Awb genoemde termijn is ingediend. Gelet op artikel 6:8, eerste lid, van de Awb ving de termijn voor het indienen van beroepschrift in dit geval aan op 3 december 2009 en eindigde deze op 13 januari 2010. In artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Appellante heeft haar beroepschrift ingediend bij Argonaut, die het op 20 januari 2010 heeft ontvangen. Vervolgens is het beroepschrift doorgestuurd naar de rechtbank.

4.2. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is te achten. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne. Hij voegt daaraan nog toe dat tussen partijen niet in geschil is dat appellante ten tijde van belang in verband met haar beperkingen naar het ziekenhuis moest gaan. Appellante heeft echter naar het oordeel van de Raad niet aangetoond dat zij gedurende de gehele beroepstermijn van zes weken door het ziekenhuisbezoek, dat zoals blijkt uit de door appellante verstrekte gegevens in de periode van 3 december 2009 tot en met 13 januari 2010 bestond uit een drietal (dag)bezoeken aan de polikliniek longziekten, geen beroepschrift heeft kunnen indienen of de hulp van derden heeft kunnen inroepen. De Raad is, gelet hierop, van oordeel dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

4.3. Gelet op hetgeen onder 4.2 is overwogen slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2011.

(get.) H.J. de Mooij.

(get.) J. van Dam.

IJ