Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR4768

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-08-2011
Datum publicatie
11-08-2011
Zaaknummer
10-2972 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ongewijzigde vaststelling WAO-uitkering. Deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/2972 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 15 april 2010, 09/482 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 augustus 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en op verzoek van de Raad nadere stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2011. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.B.M.A. Engelen, advocaat te Venlo. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.M.J.H. Lagerwaard.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Voor een uitvoeriger overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het navolgende.

1.2. Het Uwv heeft bij besluit van 16 oktober 2008, gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 27 februari 2009 (hierna: het bestreden besluit) de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ongewijzigd vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het bestreden besluit berust naar het oordeel van de rechtbank op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. De rechtbank heeft in hetgeen appellant in beroep heeft gesteld en aan (medische) informatie heeft overgelegd geen aanknopingspunten gevonden voor de juistheid van de stelling van appellant dat hij ten gevolge van het hem op 16 mei 2008 overkomen ongeval en de daardoor toegenomen klachten meer beperkt is dan is vastgesteld in de door de bezwaarverzekeringarts, vanwege het medicatiegebruik van appellant, aangescherpte Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 februari 2009. Daarbij acht de rechtbank van belang dat door de bezwaarverzekeringsarts kennis is genomen van de door appellant in beroep overgelegde medische informatie en dat deze arts, naar aanleiding van deze informatie, in zijn rapporten van 7 juli 2009 en 24 juli 2009 gemotiveerd heeft geconcludeerd geen aanleiding te zien om zijn eerder ingenomen standpunt te wijzigen. Uitgaande van de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank vervolgens geoordeeld dat het Uwv genoegzaam heeft toegelicht dat de voor appellant geduide functies passend zijn. De rechtbank heeft tot slot als haar oordeel uitgesproken dat het Uwv terecht heeft besloten appellant niet in aanmerking te brengen voor een vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten, als bedoeld in artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat weliswaar de bezwaargrond inhoudende dat het besluit op de aanvraag niet tijdig is genomen op zichzelf terecht is voorgedragen maar niet leidt tot een herroeping van het in eerste aanleg genomen besluit.

3. Appellant heeft in hoger beroep volstaan met een verwijzing naar de gronden die hij reeds in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht en zich op het standpunt gesteld dat de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit onvoldoende zijn gemotiveerd.

4.1. De Raad overweegt dat hij zich geheel kan vinden in het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Appellant heeft in hoger beroep geen objectieve medische gegevens ingebracht die zijn stelling ondersteunen dat hij verdergaand beperkt is en dat de geduide functies niet geschikt zijn. De Raad onderschrijft eveneens het oordeel en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de weigering van het Uwv om proceskosten te vergoeden in verband met het niet tijdig beslissen op de aanvraag van appellant

4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van T. Dolderman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) T. Dolderman.

EV