Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR3307

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-07-2011
Datum publicatie
28-07-2011
Zaaknummer
10-5862 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Recht op een WGA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5862 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 15 september 2010, 09/393 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 22 juli 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.C.M. Peper, advocaat te Almelo, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2011. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.W.H. Blind.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is op 9 augustus 2006 uitgevallen voor haar werk als inpakster voor 31,58 uur per week gemiddeld, in verband met rugklachten en psychische klachten na een doorgemaakt auto-ongeval. Bij besluit van 27 oktober 2008 heeft het Uwv aan appellante medegedeeld dat er voor haar met ingang van 6 augustus 2008 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 10 maart 2009 heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar gegrond verklaard en appellante medegedeeld dat er voor haar met ingang van 6 augustus 2008 recht is ontstaan op een WGA-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%.

1.2. Appellante heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank en aangevoerd dat de beperkingen aan haar rug zijn onderschat evenals de psychische beperkingen. Voorts heeft zij erop gewezen dat de voorgehouden functies niet geschikt zijn en de bij deze functies voorkomende signaleringen onvoldoende zijn gemotiveerd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat zij geen aanleiding ziet te twijfelen aan de bevindingen en conclusies van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank acht niet aannemelijk gemaakt dat appellante meer beperkingen heeft dan door de bezwaarverzekeringsarts is vastgesteld. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende heeft gemotiveerd waarom de belasting in de voorgehouden functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt. Nu echter pas in eerste aanleg een besluit is genomen door het Uwv ten aanzien van de hoogte van de WIA-uitkering heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het besluit van

10 maart 2009 vernietigd, onder de bepaling dat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand blijven.

3. In hoger beroep heeft appellante de aangevallen uitspraak bestreden voor zover het betreft de instandlating van de rechtsgevolgen. Zij heeft hiertoe de in eerste aanleg aangevoerde gronden herhaald. Ter onderbouwing heeft zij een brief van revalidatiearts dr. A.J. van Dijk gedateerd 26 april 2011 overgelegd alsmede een besluit van het Uwv van 22 februari 2011, met bijlagen, bij welk besluit aan haar een IVA-uitkering is toegekend per 16 november 2010.

4.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding is tot twijfel aan het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts ten aanzien van de beperkingen van appellante op de datum in geding, 6 augustus 2008, zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 maart 2009. De bezwaarverzekeringsarts heeft aanpassingen aangebracht ten aanzien van zitten, zitten tijdens het werk en torderen en voorts is bij de FML rekening gehouden met beperkingen ten aanzien van de rug op de punten van frequent buigen, duwen/trekken, tillen/dragen en frequent zware lasten en lichte voorwerpen hanteren. Appellante wordt in staat geacht tot ongeveer 150 keer per uur buigen tot 90 graden. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts appellante in staat geacht tot het verrichten van rustig en gestructureerd werk zonder de noodzaak tot veelvuldige conflicthantering in werk met een eigen van te voren afgebakende deeltaak, waarbij hij de informatie van B.B. Koldewijn, psychologe, van 2 januari 2007 en van 24 oktober 2008 heeft betrokken en heeft toegelicht waarom deze informatie hem geen aanleiding geeft tot het stellen van meer/ernstiger beperkingen. Uit de voorhanden zijnde informatie van de behandelende sector valt niet op maken dat met de aangenomen beperkingen de belastbaarheid van appellante is onderschat. Met name ten aanzien van de concentratie, handelingstempo en hanteren van emotionele problemen van anderen heeft de bezwaarverzekeringsarts bij de rapportage van 29 mei 2009 naar het oordeel van de Raad afdoende toegelicht waarom op deze punten geen beperkingen zijn opgenomen in de FML. Het feit dat aan appellante inmiddels per 16 november 2010 een IVA-uitkering is toegekend in verband met een (para-)medische behandeling bij Het Roessingh van 1 tot 2 dagdelen per week, doet aan het voorgaande niet af.

4.2. Ten aanzien van de geschiktheid van de voorgehouden functies van magazijn, expeditiemedewerker (SBC-code 111220), archiefmedewerker (SBC-code 315130) en wikkelaar (SBC-code 267050) is de Raad met de rechtbank van oordeel dat de bezwaararbeidsdeskundige bij rapportages van 9 maart 2009 en van 4 juni 2009 afdoende heeft gemotiveerd waarom deze functies geschikt te achten zijn voor appellante. De grieven van appellante ten aanzien van de functie magazijn-, expeditiemedewerker ten aanzien van de belasting op handelingstempo, werken in koude en deadlines/ produktiepieken slagen niet. De bezwaararbeidsdeskundige heeft afdoende toegelicht dat de functie op deze punten de belastbaarheid van appellante niet overschrijdt. Ten aanzien van handelingstempo en werken in koude is zij niet beperkt geacht en ten aanzien van deadlines/produktiepieken is geen sprake van een duidelijke afwijkende produktiepiek noch van een deadline die geen mogelijkheid tot uitstel biedt. In de functie gaat het (slechts) om strak aanhouden van de planning, hetgeen zij volgens de bezwaarverzekeringsarts moet kunnen. Ten aanzien van de functie archiefmedewerker heeft de bezwaararbeidsdeskundige afdoende toegelicht dat er geen sprake is van een overschrijding ten aanzien van deadlines/produktiepieken nu het gaat om binnen vastgestelde termijnen bewerken en versturen van dossiers. De signaleringen ten aanzien van boven schouder actief zijn, duwen, trekken en tillen zijn afdoende toegelicht. Ten aanzien van de functie wikkelaar is door de bezwaararbeidsdeskundige afdoende toegelicht dat appellante in staat wordt geacht tot 60 keer per uur ongeveer 30 graden te buigen, nu de FML een belastbaarheid aangeeft van 150 keer per uur 90 graden buigen.

4.3. Het hoger beroep slaagt derhalve niet.

4.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) T.J. van der Torn.

EV