Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR2772

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-07-2011
Datum publicatie
25-07-2011
Zaaknummer
11-1988 WSFBSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11/1988 WSFBSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 februari 2011, 09/1556 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep.

Datum uitspraak: 22 juli 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

II. OVERWEGINGEN

In artikel 22 van de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.

Bij brief van 7 april 2011 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 112,-- is verschuldigd, en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.

Bij schrijven van 2 mei 2011 heeft appellante verzocht om uitstel van betaling van het verschuldigde griffierecht in verband met nog te ontvangen stukken van de rechtbank.

Bij aangetekende brief van 9 mei 2011 is appellante meegedeeld dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid tot uitstel van betaling van het verschuldigde griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.

De brief van 9 mei 2011 is bij de Raad op 6 juni 2011 retour ontvangen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit controle van de GBA van de gemeente Rotterdam blijkt dat de brief naar het juiste, door appellante vermelde, adres is verzonden. Op 7 juni 2011 is de brief van 9 mei 2011 naar het adres van appellante gezonden en is meegedeeld dat er geen nieuwe termijn is gaan lopen voor het betalen van het griffierecht.

De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald.

Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2011.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

RK