Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR2420

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
21-07-2011
Zaaknummer
10-5609 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Oplegging loonsanctie. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de probleemanalyse al in 2006 aan het Uwv is toegezonden. Dat appellante in voornoemd schrijven van 29 mei 2008 melding maakt van een eerdere toezending in 2006 is daarvoor onvoldoende. De Raad voegt daaraan toe dat er in 2006 nog geen noodzaak bestond om de probleemanalyse aan het Uwv toe te zenden. Die noodzaak ontstond pas na de aanvraag van de uitkering ingevolge de Wet WIA door de werkneemster op 18 december 2007. De Raad is voorts in lijn met de rechtbank van oordeel dat de probleemanalyse qua inhoud uitgebreider en genuanceerde is dan het advies voor werkhervatting. Ter zitting heeft de gemachtigde van het Uwv toegelicht dat in het advies tot werkhervatting, anders dan in de probleemanalyse, niet de werktijden en het functieniveau zijn vermeld. Voorts blijkt uit de probleemanalyse dat de werkneemster op de hoogte is van het advies tot werkhervatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5609 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2010, 08/2672 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 20 juli 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. I. Winia, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift en nadien nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2011. Appellante heeft zich met schriftelijk bericht niet doen vertegenwoordigen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Koning.

II. OVERWEGINGEN`

1.1. Bij besluit van 21 januari 2008 heeft het Uwv het tijdvak waarin [naam werkneemster] (hierna: werkneemster) tegenover appellante als werkgever recht heeft op loon tijdens ziekte, verlengd met 52 weken. Die verlenging - ook wel loonsanctie genoemd - is opgelegd in aansluiting aan de afloop van de normale wachttijd van 104 weken op de grond dat door appellante zonder deugdelijke grond geen compleet re-integratieverslag is ingediend. Hierbij heeft het Uwv toepassing gegeven aan artikel 25, negende lid, in samenhang met artikel 65, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).

1.2. Bij besluit van 8 april 2008 - hierna: bestreden besluit - heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 21 januari 2008 ongegrond verklaard omdat bij het re-integratieverslag nog steeds een probleemanalyse ontbrak, waardoor een inhoudelijke beoordeling van het re-integratieverslag niet mogelijk was.

1.3. Appellante heeft in beroep aangevoerd dat de probleemanalyse al in 2006 aan het Uwv was toegezonden, zodat deze tijdig is ingediend. Voorts is gesteld dat de arbo-arts op 14 juni 2006 een advies voor werkhervatting heeft opgesteld, dat qua inhoud exact gelijk is aan de probleemanalyse en dat op 16 januari 2008 aan het Uwv is toegezonden, waardoor appellante aan haar verplichtingen heeft voldaan.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv heeft betwist in 2006 de probleemanalyse te hebben ontvangen en dat appellante de gestelde toezending van de probleemanalyse in 2006 niet aannemelijk heeft gemaakt. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat het advies voor werkhervatting niet in de plaats kan treden van de probleemanalyse. Dat (deels) dezelfde informatie in de probleemanalyse en het advies voor werkhervatting staat doet daaraan niet af.

3.1. Appellante heeft in hoger beroep de gronden van het beroep herhaald.

3.2. Het Uwv heeft het eerder ingenomen standpunt gehandhaafd en heeft bij brief van

31 mei 2011 nog een probleemanalyse met een begeleidend schrijven van appellante aan het Uwv van 29 mei 2008 ingezonden.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat de probleemanalyse al in 2006 aan het Uwv is toegezonden. Dat appellante in voornoemd schrijven van 29 mei 2008 melding maakt van een eerdere toezending in 2006 is daarvoor onvoldoende. De Raad voegt daaraan toe dat er in 2006 nog geen noodzaak bestond om de probleemanalyse aan het Uwv toe te zenden. Die noodzaak ontstond pas na de aanvraag van de uitkering ingevolge de Wet WIA door de werkneemster op 18 december 2007.

4.2. De Raad is voorts in lijn met de rechtbank van oordeel dat de probleemanalyse qua inhoud uitgebreider en genuanceerde is dan het advies voor werkhervatting. Ter zitting heeft de gemachtigde van het Uwv toegelicht dat in het advies tot werkhervatting, anders dan in de probleemanalyse, niet de werktijden en het functieniveau zijn vermeld. Voorts blijkt uit de probleemanalyse dat de werkneemster op de hoogte is van het advies tot werkhervatting.

4.3. Hetgeen hiervoor onder 4.1 en 4.2 is overwogen leidt de Raad tot de conclusie dat het hoger beroep geen doel treft. Derhalve komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en te komen tot een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2011.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) T.J. van der Torn.

NW