Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR1569

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
10-5358 ZVW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Appellant komt in aanmerking voor compensatie van het eigen risico in 2009, zijnde € 50,--. De Raad zal zelf in de zaak voorzien. De Raad ziet in de door CAK genoemde beleidsregels geen grond de in injectievorm toegediende methotrexaat bij de berekening van de DDD’s buiten beschouwing te laten. Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 29 maart 2010 in stand zijn gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2011/294
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5358 ZVW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 25 augustus 2010, 10/581 (hierna: aangevallen uitspraak)

in het geding tussen

appellant

en

Centraal Administratiekantoor B.V., (hierna: CAK)

Datum uitspraak: 22 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.H. de Bruin, werkzaam bij CNV Vakcentrale Rechtshulp, hoger beroep ingesteld.

CAK heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 maart 2011. Appellant is niet verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Bakker en mr. S.R. Fernhout, beiden werkzaam bij CAK.

II. OVERWEGINGEN

1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.2. Appellant heeft op 5 november 2009 bij CAK een aanvraag ingediend om compensatie van het eigen risico voor het jaar 2009, als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

1.3. CAK heeft bij besluit van 9 december 2009 de aanvraag van appellant afgewezen. CAK heeft daartoe overwogen dat appellant niet voldoet aan de ingevolge de Zvw geldende voorwaarden om de compensatie eigen risico te ontvangen. Daarbij is vermeld dat in 2007 180 standaard dagdoseringen (DDD) zijn afgeleverd en in 2008 120 DDD’s.

1.4. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en daarbij overgelegd een medicatielijst van zijn apotheek Van der Meer te Venlo-Blerick over de periode 12 oktober 2005 tot 14 december 2009. Daarbij heeft appellant aangegeven dat volgens de World Health Organization (WHO) voor wat betreft de wekelijkse injecties met de werkzame stof methotrexaat (Metoject 15 mg) moet worden uitgegaan van een dagdosering van 2.5 mg.

1.5. Bij besluit van 29 maart 2010 heeft CAK het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 december 2009 ongegrond verklaard.

1.6. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 29 maart 2010. Daarbij heeft hij onder meer aangegeven dat hij in de jaren 2007 en 2008 voldoet aan de gestelde eis van meer dan 180 DDD’s.

1.7. CAK heeft - onder verwijzing naar artikel 4, tweede lid, van de Regeling beleidsregels risicoverevening 2008 - aangevoerd dat het aan appellant afgeleverde en gedeclareerde Methotrexaat geen ATC-code is toegekend die tot indeling in een FKG leidt. Volgens het referentiebestand leidt methotrexaat die oraal of parentaal wordt ingenomen c.q. toegediend slechts tot indeling en vergoeding. Aflevering van het medicijn methotrexaat dat via een injectie wordt toegediend leidt niet tot vergoeding. Voorts is ter zitting bij de rechtbank aangegeven dat de aan appellant afgeleverde injecties aangemerkt worden als magistrale middelen en om die reden niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van de compensatie van het eigen risico.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met een bepaling omtrent het griffierecht - het beroep van appellant tegen het besluit van 29 maart 2010 gegrond verklaard, dat besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van

29 maart 2010 in stand blijven. Daarbij heeft de rechtbank vastgesteld dat op basis van het door CAK verstrekte overzicht FKG-indeling voor Metoject een DDD van 10 mg geldt. Daarvan uitgaand en daarbij ook rekening houdend met de aan appellant afgeleverde methotrexaat in tabletvorm heeft de rechtbank vastgesteld dat aan appellant in 2008 172 DDD’s zijn afgeleverd, waarmee hij niet voldoet aan het criterium dat meer dan 180 standaard dagdoseringen zijn afgeleverd.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd en heeft aangevoerd dat de rechtbank had moeten uitgaan van een DDD van 2.5 mg in plaats van 10 mg voor het middel Metoject (methotrexaat, in injectievorm), hetgeen ertoe leidt dat appellant voor de compensatie eigen risico in aanmerking komt.

4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling

4.2. De Raad zal zich bij de beoordeling van het hoger beroep beperken tot de vraag of de rechtbank op goede gronden de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van het besluit van 29 maart 2010 in stand heeft gelaten.

4.3. De Raad ziet aanleiding aan te sluiten bij de uitleg van het wettelijk kader zoals gegeven in de uitspraak van 19 oktober 2010, LJN BN9985, nu het wettelijk criterium voor de compensatie eigen risico voor het jaar 2009 voor wat betreft het in dit geding van belang zijnde criterium ‘ingedeeld in bij ministeriële regeling aangewezen FKG’s’ in essentie hetzelfde is als het wettelijk criterium voor de compensatie eigen risico voor het jaar 2008.

4.4. Tussen partijen is uitsluitend in geschil de vraag of appellant in 2008 al dan niet in een FKG dient te worden ingedeeld. De Raad stelt met appellant vast dat indien de in injectievorm toegediende methotrexaat (Metoject) bij de berekening - uitgaande van een DDD van 2.5 mg - wordt betrokken, in 2008 sprake is van 302 DDD’s in tabel 14 (reuma). De Raad stelt voorts vast dat de betreffende injecties zijn opgenomen op de door Vektis aan het CAK verstrekte gegevens, maar - anders dan de methotrexaattabletten - door Vektis niet zijn omgerekend naar DDD’s. Nu tussen partijen ook niet in geschil is dat bij deze - kennelijk - magistrale bereiding sprake is van rationele farmacotherapie bij reuma ziet de Raad in de door CAK genoemde beleidsregels geen grond de in injectievorm toegediende methotrexaat bij de berekening van de DDD’s buiten beschouwing te laten. De Raad verwijst daartoe naar zijn eerdere uitspraak van

23 februari 2011, LJN: BP7690.

4.5. De Raad ziet derhalve aanleiding om de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 29 maart 2010 in stand zijn gelaten te vernietigen.

De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door te bepalen dat appellant in aanmerking komt voor compensatie van het eigen risico in 2009, zijnde € 50,--.

5. De Raad ziet ten slotte aanleiding om CAK te veroordelen in de proceskosten van appellant, begroot op € 322,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 29 maart 2010 in stand zijn gelaten;

Voorziet zelf in de zaak als overwogen onder 4.5.;

Veroordeelt het CAK in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 322,--.;

Bepaalt dat CAK aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 111,-- vergoedt.

De uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2011.

(get.) H.C.P. Venema

(get.) N.M. van Gorkum.

RB