Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR1544

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-07-2011
Datum publicatie
14-07-2011
Zaaknummer
10-24 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek van appellante om het Uwv te veroordelen in haar (proces)koste. nAppellante heeft het hoger beroep ingetrokken in verband met de toekenning door het Uwv van een WAO-uitkering per 4 december 2009. Dit betreft echter een andere datum dan waarop het bestreden besluit ziet. Dat betekent dat het Uwv met het nieuwe besluit niet geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan appellante. Op grond van overweging 6 stelt de Raad vast dat de in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb omschreven situatie zich in het onderhavige geval niet heeft voorgedaan en dat evenmin is voldaan aan de in artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb gestelde voorwaarden. Dit betekent dat het verzoek van appellante moet worden afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:75a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/24 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 25 november 2009, 09/785 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 13 juli 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.J. van der Woude, advocaat te Zutphen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 26 januari 2011 heeft mr. Van der Woude namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep bij de rechtbank en het hoger beroep bij de Raad. Daarop heeft het Uwv bij brief van 1 februari 2011 gereageerd.

Het geding is behandeld ter zitting van 20 april 2011, waar appellante niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is als kwekerijmedewerker werkzaam geweest voor 19 uur per week. In augustus 1993 is zij uitgevallen vanwege huid- en luchtwegenklachten. Na afloop van de wachttijd is haar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

1.2. Na een herbeoordeling heeft het Uwv appellante bij besluit van 26 januari 2009 meegedeeld dat haar uitkering met ingang van 27 maart 2009 wordt ingetrokken. Na bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 20 april 2009 dit bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 26 januari 2009 ongewijzigd gehandhaafd.

2. Het door appellante tegen het besluit van 20 april 2009 ingestelde beroep is door de rechtbank bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3. Nadat appellante bij besluit van besluit van 27 december 2010 was meegedeeld dat zij met ingang van 4 december 2009 in aanmerking kwam voor een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, heeft zij de Raad bij de in rubriek I vermelde brief van 26 januari 2011 laten weten dat zij het ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak intrekt. Daarbij heeft zij de Raad tevens verzocht om het Uwv in dit geding te veroordelen tot vergoeding van de in de rubriek 1 vermelde kosten.

4. Artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt, voor zover hier in belang, dat de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

5. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb, bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

6. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken in verband met de toekenning door het Uwv van een WAO-uitkering per 4 december 2009. Dit betreft echter een andere datum dan waarop het bestreden besluit ziet. Dat betekent dat het Uwv met het nieuwe besluit niet geheel of gedeeltelijk is tegemoet gekomen aan appellante.

7. Op grond van overweging 6 stelt de Raad vast dat de in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb omschreven situatie zich in het onderhavige geval niet heeft voorgedaan en dat evenmin is voldaan aan de in artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb gestelde voorwaarden. Dit betekent dat het verzoek van appellante moet worden afgewezen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek van appellante om het Uwv te veroordelen in haar (proces)kosten af.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en R.C. Stam en A.T. de Kwaasteniet als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2011.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) M.A. van Amerongen.

JL