Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR1373

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-07-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
10-4555 WUBO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Overschrijding van de termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4555 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, thans: de Pensioen- en Uitkeringsraad, (hierna: verweerder)

Datum uitspraak: 7 juli 2011

I. PROCESVERLOOP

Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd door de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR), is in verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), voortgezet door de Pensioen- en Uitkeringsraad als bedoeld in die wet. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de -voormalige- Raadskamer WUBO van de PUR.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 5 juli 2010, kenmerk BZ01178364. Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verder: bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 mei 2011, waar appellant niet is verschenen, zoals tevoren was gemeld. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indiƫ, heeft in oktober 2009 een hernieuwde aanvraag ingediend om in aanmerking te worden gebracht voor een periodieke uitkering en/of voorzieningen op grond van de Wubo. Bij besluit van verweerder van 13 januari 2010 is hierop afwijzend beslist.

1.2. Bij brief van 13 april 2010, door verweerder ontvangen op 14 april 2010, is namens appellant bezwaar gemaakt tegen het onder 1.1 genoemde besluit. Verwezen is naar een telefoongesprek waarin appellant heeft uitgelegd waarom hij te laat bezwaar heeft gemaakt. Desgevraagd heeft de gemachtigde van appellant nog aangegeven dat appellant geestelijk niet in staat is geweest om eerder bezwaar aan te tekenen. Hij heeft de beslissing weggelegd en heeft ermee geworsteld of hij nu wel of niet bezwaar moest instellen. Hij heeft daar nachtmerries van gehad en vervolgens de beslissing voor zich uitgeschoven en pas na het verstrijken van de bezwaartermijn contact met zijn gemachtigde gezocht. Verzocht is de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

1.3. Verweerder heeft, nadat advies was ingewonnen bij een geneeskundig adviseur van verweerder, bij het bestreden besluit het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorgeschreven termijn van zes weken voor het indienen van bezwaar. Hierbij is overwogen dat, gelet op het advies van de geneeskundig adviseur, uit de gegevens niet blijkt dat er sprake is geweest van ernstige klachten die appellant hebben verhinderd om tijdig een (voorlopig) bezwaarschrift in te dienen.

2. De Raad kan verweerder hierin volgen. Er blijkt niet van een medische situatie en zodanig ernstige klachten bij appellant dat hij niet eerder een (voorlopig) bezwaarschrift had kunnen indienen of eerder zijn gemachtigde had kunnen benaderen om dit te doen.

3. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.

4. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2011.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) J. de Jong.

HD