Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR1072

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
11-07-2011
Zaaknummer
09-4805 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dagloon. Appellant heeft niet betwist dat hij in het refertejaar geen loon als bedoeld in artikel 2 van het Besluit heeft ontvangen. Evenmin heeft hij de (hoogte van de) door het Uwv in aanmerking genomen loonbedragen bestreden en het aantal getelde dagloondagen uitgaande van zijn eerste werkdag bij [B.V.]. De Raad is van oordeel dat het Uwv een correcte toepassing heeft gegeven aan het Besluit en met name aan artikel 6 daarvan. Hetgeen appellant terzake heeft aangevoerd doet daar niet aan af. Dit geldt met name voor de stelling dat het vastgestelde dagloon geen goede afspiegeling zou vormen van datgene wat hij bij Randstad verdiend zou hebben ware hij niet ziek geworden. Hetgeen appellant - kennelijk – beoogt, is niet in overeenstemming met de terzake geldende bepalingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/4805 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 22 juli 2009, 08/2069 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 29 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.C.S. Grégoire, advocaat te Beek, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het geding 09/4806 ZW, plaatsgevonden op 18 mei 2011. Appellant en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. A. Ruis. Na de zitting zijn beide zaken gesplitst, zodat in elk afzonderlijk uitspraak zal worden gedaan.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant, voorheen werkzaam als dakdekker, is van uit de situatie dat hij een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (Wwb) ontving, vanaf 14 april 2008 tot 21 april 2008 werkzaam geweest als machine-op[B.V.]bij [naam B.V.] (hierna [B.V.]). Nadien heeft hij wederom een Wwb-uitkering ontvangen en heeft hij op 7 en 8 september 2008 via Randstad uitzendbureau gewerkt als wasserijmedewerker. Op 9 september 2008 heeft hij zich ziek gemeld, terzake waarvan hem bij besluit van 3 oktober 2008, nu zijn dienstverband was beëindigd, per 11 september 2008 een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) is toegekend berekend naar een dagloon van € 9,25. Namens appellant is bezwaar gemaakt tegen dit besluit, welk bezwaar bij besluit van 10 december 2008 (hierna: het bestreden besluit) door het Uwv ongegrond is verklaard. Daarbij heeft het Uwv overwogen dat in afwijking van de hoofdregel van artikel 3 van het Besluit dagloonregelen werknemersverzekeringen (hierna: het Besluit) - inhoudende dat het in het refertejaar genoten loon wordt gedeeld door 261- in de situatie van appellant toepassing moet worden gegeven aan artikel 6 van het Besluit, nu appellant vanaf de aanvang van het refertejaar tot en met de laatste dag van de eerste volledige maand van dat jaar geen loon als bedoeld in artikel 2 van het Besluit heeft ontvangen. Ingevolge artikel 6 van het Besluit dient het in aanmerking te nemen loon van respectievelijk € 200,50 en € 770,90 (verdiend bij [B.V.] dan wel Randstad, in totaal € 971,40) te worden gedeeld door de in de referteperiode - ingevolge artikel 6 in de situatie van appellant: 14 april 2008 tot 7 september 2008 - gelegen dagloondagen, te weten 105. Het resultaat daarvan is een dagloon van € 9,25.

2. Het namens appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep is door de rechtbank ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep is namens appellant, evenals in bezwaar en beroep, onder meer gesteld, dat bij het bepalen van het dagloon en met name bij de berekening van de in aanmerking te nemen dagloondagen uitgegaan zou moeten worden van de datum van indiensttreding bij Randstad. Het Uwv heeft volgens appellant een onjuiste toepassing gegeven aan artikel 6 van het Besluit.

4.1. De Raad oordeelt als volgt.

4.2. Appellant heeft niet betwist dat hij in het refertejaar geen loon als bedoeld in artikel 2 van het Besluit heeft ontvangen. Evenmin heeft hij de (hoogte van de) door het Uwv in aanmerking genomen loonbedragen bestreden en het aantal getelde dagloondagen uitgaande van zijn eerste werkdag bij [B.V.]. De Raad is van oordeel dat het Uwv een correcte toepassing heeft gegeven aan het Besluit en met name aan artikel 6 daarvan. Hetgeen appellant terzake heeft aangevoerd doet daar niet aan af. Dit geldt met name voor de stelling dat het vastgestelde dagloon geen goede afspiegeling zou vormen van datgene wat hij bij Randstad verdiend zou hebben ware hij niet ziek geworden. Hetgeen appellant - kennelijk – beoogt, is niet in overeenstemming met de terzake geldende bepalingen.

4.3. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om een der partijen te veroordelen in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en J. Riphagen en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M.D.F. de Moor.

KR