Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR0170

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-07-2011
Datum publicatie
04-07-2011
Zaaknummer
10-5525 Wajong
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft (...) overwogen dat de Raad in zijn uitspraak van 29 januari 2010 geen aanleiding heeft gezien de proceskosten te vergoeden. Dit oordeel van de Raad staat in rechte vast. De rechtbank heeft voorts overwogen dat, gelet op het exclusieve karakter van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet op grond van artikel 8:73 van de Awb een (aanvullende) veroordeling in de proceskosten kan worden uitgesproken. Het verzoek van appellant is dan ook terecht afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5525 Wajong

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 28 september 2010, 10/1822 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 1 juli 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting is aan de orde gesteld op 6 juni 2011, waar partijen niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van appellant tegen de weigering van het Uwv om de door hem gemaakte proceskosten in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Raad van 29 januari 2010 (07/6440 en 08/5033) te vergoeden.

1.2. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de Raad in zijn uitspraak van 29 januari 2010 geen aanleiding heeft gezien de proceskosten te vergoeden. Dit oordeel van de Raad staat in rechte vast. De rechtbank heeft voorts overwogen dat, gelet op het exclusieve karakter van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet op grond van artikel 8:73 van de Awb een (aanvullende) veroordeling in de proceskosten kan worden uitgesproken. Het verzoek van appellant is dan ook terecht afgewezen.

2. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat sprake is van een onrechtmatige daad van het Uwv. Appellant wist niet van de mogelijkheid om zijn proceskosten vergoed te krijgen, het Uwv heeft hem daar niet op gewezen.

3.1. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank de gronden die in beroep zijn ingediend en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig.

3.2. De Raad voegt daar nog aan toe dat bij de uitnodiging voor de zitting een proceskostenformulier wordt meegestuurd. Appellant had dat formulier kunnen invullen en bij de Raad kunnen inleveren of kunnen opsturen. De Raad wijst er voorts op dat alleen de in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht opgenomen kostenposten voor vergoeding in aanmerking komen.

3.3. Het hoger beroep treft geen doel.

4. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) N.S.A. El Hana.

NK