Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR0168

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-07-2011
Datum publicatie
04-07-2011
Zaaknummer
10-4549 WIA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Weigering WIA-uitkering. Nu in hoger beroep geen nadere medische gegevens zijn overgelegd, ziet de Raad geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat in de FML van 28 september 2009 onvoldoende beperkingen zijn aangenomen. Uit de stukken is niet gebleken dat appellant aan een ernstige depressie lijdt. Geschiktheid functies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/4549 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ?s-Gravenhage van 21 juli 2010, 09/7561 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 1 juli 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Spek, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Spek. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

II. OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 14 oktober 2009 heeft het Uwv, beslissende op bezwaar, zijn beslissing dat appellant geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet WIA, gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen dat besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek op onzorgvuldige wijze is verricht of dat daaraan anderszins gebreken kleven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de bezwaarverzekeringsarts voldoende toegelicht dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zoals door hem aangepast op 28 september 2009, een juiste afspiegeling vormt van de beperkingen van appellant. De rechtbank overweegt verder dat appellant de voor hem uitgezochte functies van produktiemedewerker voedingsmiddelenindustrie, produktiemedewerker industrie en medewerker tuinbouw kan vervullen.

3. In hoger beroep heeft appellant zijn ook in eerste aanleg aangevoerde grief herhaald, dat hij op de datum in geding 14 april 2009 geen duurzaam benutbare mogelijkheden had tengevolge van psychische problemen. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst appellant naar de in de beroepsprocedure overgelegde brief van 15 juni 2010 van de behandelend psychiater P.C. Wauben. Uit deze brief valt naar de mening van appellant ook af te leiden dat de rechtbank ten onrechte functies waarin moet worden samengewerkt voor hem passend heeft geacht.

4.1. De Raad overweegt als volgt.

4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met zijn stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. Het oordeel van de rechtbank is inzichtelijk en voldoende gemotiveerd en de rechtbank is op alle stellingen van appellant ingegaan.

Nu in hoger beroep geen nadere medische gegevens zijn overgelegd, ziet de Raad geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat in de FML van 28 september 2009 onvoldoende beperkingen zijn aangenomen. Uit de stukken is niet gebleken dat appellant aan een ernstige depressie lijdt.

4.3. Uitgaande van de juistheid van de FML is de Raad, evenals de rechtbank, van oordeel dat appellant in staat moet worden geacht de werkzaamheden verbonden aan de hem voorgehouden functies te verrichten. Ook op het punt samenwerken gaan de functies de mogelijkheden van appellant niet te boven aangezien daarin sprake is van een afgebakende deeltaak.

5. Het hoger beroep slaagt dus niet. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2011.

(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.

(get.) N.S.A. El Hana.

NK