Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BR0135

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30-06-2011
Datum publicatie
06-07-2011
Zaaknummer
10-3113 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning loonsuppletie als bedoeld in het BBWO. Naar het oordeel van de Raad is geen sprake van een onder de proceshandeling bezwaarschrift, in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, vallende handeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3113 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant],wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 april 2010, 09/2513 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: minister)

Datum uitspraak: 30 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op 9 juni 2011. Partijen zijn niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor een uitgebreidere weergave van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Bij besluit van 3 december 2008 heeft de minister aan appellant een loonsuppletie toegekend als bedoeld in het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs (BBWO) tot 1 augustus 2010. Het hiertegen gerichte bezwaar is bij besluit van 25 juni 2009 deels - voor wat betreft de hoogte - gegrond en voor het overige - voor wat betreft de einddatum - ongegrond verklaard. Het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar heeft de minister afgewezen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van 25 juni 2009 ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank achtte de einddatum juist vastgesteld. Wat betreft de kosten van rechtsbijstand overwoog de rechtbank dat appellant zelf zijn bezwaarschrift heeft opgesteld, dat er geen hoorzitting is geweest en dat de werkzaamheden die de gemachtigde heeft verricht op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht niet voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Het hoger beroep ziet uitsluitend op de vergoeding van kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase.

4. Naar aanleiding van hetgeen partijen hierover naar voren hebben gebracht overweegt de Raad als volgt.

4.1. Vast staat dat appellant op 29 december 2008 zelf een bezwaarschrift heeft ingediend, dat was voorzien van gronden. Op 13 januari 2009 is vervolgens nogmaals een bezwaarschrift ingediend, ditmaal door de gemachtigde. Dat bezwaarschrift bevat niet meer of andere gronden dan het bezwaarschrift van appellant. De Raad deelt de opvatting van de minister en de rechtbank dat daarmee slechts sprake is van een herhaling van het bezwaarschrift van appellant. Voorts staat vast dat geen hoorzitting is gehouden, omdat door de gemachtigde telefonisch is meegedeeld dat daaraan geen behoefte bestond. Het telefoongesprek tussen de gemachtigde en een vertegenwoordiger van de minister op 12 februari 2009 kan niet als hoorzitting gelden. De Raad acht bovendien aannemelijk dat dit gesprek slechts ging over een vraag van de minister over een eerder ingezonden brief door de gemachtigde. Het door de gemachtigde ingezonden aanvullend bezwaar behelst niet meer dan een verwijzing naar de eerder ingediende gronden en heeft een handgeschreven feitenoverzicht als bijlage. Daarmee is, ook naar het oordeel van de Raad, geen sprake van een onder de proceshandeling bezwaarschrift, in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, vallende handeling.

4.2. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, voor zover aangevochten.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2011.

(get.) K. Zeilemaker.

(get.) M.C. Nijholt.

HD