Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9999

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
09-5136 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Buiten behandeling stelling aanvraag van betrokkene met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op de grond dat betrokkene niet tijdig de door het College gevraagde gegevens heeft verstrekt. De Raad is van oordeel dat het College betrokkene terecht heeft verzocht om nadere gegevens. Deze waren noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de financiële- en woonsituatie van betrokkene en daarmee ook voor de beoordeling van zijn recht op bijstand. Voorts is de Raad op basis van de beschikbare gegevens niet gebleken dat betrokkene redelijkerwijs niet in staat is geweest de gevraagde gegevens binnen de met hem afgesproken termijn te verstrekken dan wel binnen deze termijn op enige wijze contact op te nemen met DWI.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/5136 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de erven en/of rechtverkrijgenden van [Betrokkene], laatstelijk wonende te [woonplaats] (hierna: appellanten),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 augustus 2009, 09/2463 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene] (hierna: betrokkene)

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)

Datum uitspraak: 21 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens betrokkene heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Het College heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. Van der Wal heeft bij fax van 3 mei 2011 de Raad bericht dat betrokkene is overleden en de Raad laten weten dat hij het geding namens appellanten wenst voort te zetten.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 mei 2011 waar partijen, zoals aangekondigd, niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Betrokkene heeft zich op 7 januari 2009 gemeld bij het Centrum voor werk en inkomen voor het indienen van een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand. Naar aanleiding hiervan heeft er op 23 januari 2009 een (intake) gesprek met betrokkene plaatsgevonden bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI). Tijdens dit gesprek bleek dat een aantal voor de afhandeling van de aanvraag benodigde gegevens ontbraken, zoals onder meer afschriften van de bankrekening(en) van betrokkene en gegevens over zijn woonsituatie. Betrokkene heeft vervolgens een verklaring ondertekend dat hij de op een lijst van 23 januari 2009 aangegeven ontbrekende gegevens binnen twee werkdagen bij de balie van de DWI zou inleveren. In deze verklaring staat tevens vermeld dat de aanvraag niet zal worden behandeld indien betrokkene de gegeven hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken.

1.2. Bij besluit van 29 januari 2009 heeft het College de aanvraag van betrokkene met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling gelaten op de grond dat betrokkene niet tijdig de door het College gevraagde gegevens heeft verstrekt.

1.3. Bij besluit van 7 mei 2009 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 29 januari 2009 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 7 mei 2009 ongegrond verklaard.

3. Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Appellanten stellen zich op het standpunt dat betrokkene wegens zijn medische gezondheid niet in staat was om binnen een termijn van twee dagen de gevraagde gegevens over te leggen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te vullen. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling gaat het bij een onvolledige of ongenoegzame aanvraag onder meer om het verstrekken van onvoldoende gegevens of bescheiden om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Daarbij gaat het, gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

4.2. De Raad is van oordeel dat het College betrokkene terecht heeft verzocht om nadere gegevens. Deze waren noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de financiële- en woonsituatie van betrokkene en daarmee ook voor de beoordeling van zijn recht op bijstand. Voorts is de Raad op basis van de beschikbare gegevens niet gebleken dat betrokkene redelijkerwijs niet in staat is geweest de gevraagde gegevens binnen de met hem afgesproken termijn te verstrekken dan wel binnen deze termijn op enige wijze contact op te nemen met DWI. Dat betrokkene hiertoe niet in staat was volgt naar het oordeel van de Raad - anders dan door appellanten is gesteld - niet uit de in hoger beroep overgelegde verklaring van de radioloog/oncoloog C.R.N. Rasch van 28 augustus 2009.

4.3. Gelet op het voorgaande is de Raad van oordeel dat het College bevoegd was om met toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Awb de aanvraag van betrokkene buiten behandeling te laten. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding om te oordelen dat het College niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid de aanvraag buiten behandeling te laten gebruik heeft kunnen maken.

4.4. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient derhalve te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2011.

(get.) J.N.A. Bootsma.

(get.) B. Bekkers.

JJ