Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9832

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
30-06-2011
Zaaknummer
09-6628 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beëindiging van het recht op ziekengeld. Betrokkene wordt niet meer ongeschikt geacht voor het verrichten van zijn arbeid als metselaar. Daarmee wordt het bewaar ongegrond verklaard. Juistheid conclusies van de bezwaarverzekeringsarts. Naar het oordeel van de Raad is in dit geval geen sprake van een strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel die tot een vernietiging van het bestreden besluit zou moeten leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/6628 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 5 november 2009, 08/2898 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 29 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. W.P.J.M. van Gestel, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 mei 2011. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H.M.A. Swarts. Betrokkene en zijn gemachtigde zijn na berichtgeving, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit op bezwaar van 24 november 2008 (hierna: bestreden besluit), waarbij gevoegd een rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 24 november 2008, heeft appellant het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard dat was gericht tegen het besluit van 1 september 2008 tot beëindiging van het recht op ziekengeld per 8 september 2008. Betrokkene is per die datum niet meer ongeschikt geacht voor het verrichten van zijn arbeid.

1.2. In de aangevallen uitspraak is het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep van betrokkene gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en voorts zijn bepalingen opgenomen over een proceskostenveroordeling en het vergoeden van het griffierecht. Daarbij is overwogen dat de bezwaarverzekeringsarts heeft vastgesteld dat de beperkingen van betrokkene groter zijn dan door de verzekeringsarts aangenomen, maar dat hij er vervolgens van is uitgegaan dat de werkzaamheden van betrokkene lichter zijn dan betrokkene aanvankelijk had aangegeven. Er heeft geen arbeidskundig onderzoek plaatsgevonden naar de arbeid van betrokkene, omdat de bezwaarverzekeringsarts is uitgegaan van de eigen verklaring van betrokkene over zijn werkzaamheden. Naar het oordeel van de rechtbank kon appellant bij de inschatting van de eigen arbeid van betrokkene niet volstaan met het enkel uitgaan van de verklaring van betrokkene. Onder deze omstandigheden, waar de feitelijk voor de ziekmelding verrichte arbeid kennelijk afweek van de reguliere arbeid van betrokkene te weten arbeid als metselaar, had het in de rede gelegen in een arbeidskundig onderzoek vast te stellen uit welke onderdelen en werkzaamheden de laatstelijk door betrokkene verrichte arbeid bestond.

2. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank het beroep van betrokkene ten onrechte gegrond heeft verklaard, omdat hij naar zijn mening mocht afgaan op de verklaring van betrokkene over zijn arbeid. Betrokkene heeft tegenover de bezwaarverzekeringsarts verklaard dat hij in 2007 nog maar maximaal vier uur per dag metselwerkzaamheden verrichtte, dat hij de overige uren stel- en regiewerk deed en ook wel met beton bezig was. De bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat er afwisseling was in de werkhouding, dat betrokkene niet meer langdurig voorovergebogen zwaar werk deed en dat tillen van meer dan 25 kilogram niet meer frequent voorkwam. De bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts zijn opgenomen in haar rapport van 24 november 2008.

3. Betrokkene heeft naar voren gebracht dat indien appellant van mening is dat de werkzaamheden van betrokkene lichter zijn dan in de oorspronkelijke functie, het op de weg van appellant had gelegen een arbeidskundig onderzoek in te stellen. Betrokkene is niet in staat om een inschatting in zwaarte te maken van zijn oorspronkelijke werkzaamheden ten opzichte van zijn nieuwe werkzaamheden.

4.1. De Raad ziet geen aanleiding de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts als vermeld in haar rapport van 24 november 2008 voor onjuist te houden. Naar het oordeel van de Raad beschikte de bezwaarverzekeringsarts, na het onderhoud met betrokkene op het spreekuur, over de nodige gegevens met betrekking tot de onderhavige arbeidssituatie. Vastgesteld moet worden dat betrokkene geen nadere, concrete informatie heeft ingebracht die betrekking heeft op de laatstelijk door hem verrichte arbeid waaruit zou moeten worden afgeleid dat de bezwaarverzekeringsarts een onjuist beeld had van de laatstelijk verrichte arbeid. Naar het oordeel van de Raad is in dit geval geen sprake van een strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel die tot een vernietiging van het bestreden besluit zou moeten leiden. De beschikbare informatie geeft geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat appellant ten onrechte heeft vastgesteld dat er bij betrokkene op en na 8 september 2008 geen sprake was van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als bedoeld in artikel 19, eerste en vierde lid, van de Ziektewet.

4.2. Uit overweging 4.1 volgt dat het hoger beroep doel treft en dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht tot een proceskostenveroordeling te komen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en J. Riphagen en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2011.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) M.D.F. de Moor.

TM