Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9577

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
10-5946 ANW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Raad stelt op grond van de gedingstukken vast dat het bestreden besluit van 8 juli 2009 aangetekend is verzonden. Volgens vaste rechtspraak van de Raad vangt de bezwaartermijn bij aangetekende verzending aan op de dag na afstempeling door het desbetreffende postbedrijf, tenzij belanghebbende aannemelijk maakt dat de zending niet op de gebruikelijke wijze is verwerkt. De Raad ziet in hetgeen door appellante is aangevoerd geen grond voor het oordeel dat in het onderhavige geval de verzending door TNT Post niet op de gebruikelijke wijze is verwerkt. Gelet op het vorenstaande is beroepstermijn aangevangen op 9 juli 2009 en geëindigd op 19 augustus 2009. Nu appellante bij brief van 26 september 2009 beroep bij de rechtbank heeft ingesteld, is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het beroepschrift van appellante niet tijdig is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/5946 ANW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 oktober 2010, 09/4653 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 24 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2011, waar appellante niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.J. Groenendaal.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellante heeft in verband met het overlijden van haar echtgenoot een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Bij besluit van 11 januari 2008 is dit verzoek afgewezen omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW. Tegen dit besluit heeft appellante een bezwaarschrift ingediend dat bij besluit van 18 februari 2008 ongegrond verklaard.

2. Het door appellante tegen het besluit van 11 januari 2008 ingediende bezwaarschrift is door de Svb tevens aangemerkt als een verzoek om de overleden echtgenoot van appellante postuum te laten deelnemen aan de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de ANW. Bij besluit van 30 maart 2009 heeft de Svb dit verzoek afgewezen. Het door appellante tegen dat besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 8 juli 2009 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

3.1. Tegen dat besluit heeft appellante bij brief van 26 september 2009 beroep ingesteld.

3.2. Aangezien de rechtbank van oordeel was dat dit beroep te laat was ingediend en er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.

4. Tegen die uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld.

5.1. De Raad overweegt als volgt.

5.2. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

5.3. De Raad stelt op grond van de gedingstukken vast dat het bestreden besluit van 8 juli 2009 aangetekend is verzonden. Volgens vaste rechtspraak van de Raad vangt de bezwaartermijn bij aangetekende verzending aan op de dag na afstempeling door het desbetreffende postbedrijf, tenzij belanghebbende aannemelijk maakt dat de zending niet op de gebruikelijke wijze is verwerkt. De Raad ziet in hetgeen door appellante is aangevoerd geen grond voor het oordeel dat in het onderhavige geval de verzending door TNT Post niet op de gebruikelijke wijze is verwerkt.

5.4. Gelet op het vorenstaande is beroepstermijn aangevangen op 9 juli 2009 en geëindigd op 19 augustus 2009. Nu appellante bij brief van 26 september 2009 beroep bij de rechtbank heeft ingesteld, is de Raad met de rechtbank van oordeel dat het beroepschrift van appellante niet tijdig is ingediend.

5.5. Het feit dat de Svb het bestreden besluit bij brief van 24 augustus 2009 nogmaals per reguliere post heeft verzonden kan hieraan niet afdoen. Zoals de Raad al eerder heeft geoordeeld – onder meer in zijn uitspraak van 11 mei 2006 (LJN BA2365) – dienen de gevolgen van het niet tijdig afhalen van per aangetekende post verzonden besluiten voor rekening en risico van een betrokkene te komen.

5.6. Ten slotte is de Raad niet gebleken van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb op grond waarvan redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat appellante in verzuim is geweest.

5.7. Uit hetgeen hiervoor onder 5.2 tot en met 5.6 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

6. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2011.

(get.) H.J. Simon.

(get.) N.S.A. El Hana.

NK