Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9533

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
10-3508 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek van appellant om hem met terugwerkende kracht toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW. Volgens vaste rechtspraak leidt onbekendheid met de wet op zichzelf niet tot de conclusie dat er sprake is van een zodanig bijzonder geval dat een overschrijding van een wettelijke aanmeldtermijn verschoonbaar is te achten. Reeds omdat niet is gebleken dat appellant de Svb destijds van zijn remigratie op de hoogte heeft gesteld, acht de Raad niet van betekenis dat de Svb appellant destijds niet actief heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een vrijwillige verzekering voor de AOW te sluiten. Naar het oordeel van de Raad heeft het primair op de weg van appellant zelf gelegen om de opbouw van zijn pensioenrechten na zijn remigratie in de gaten te houden en om desgewenst zeker te stellen dat deze opbouw werd voortgezet door tijdig een vrijwillige verzekering voor de AOW aan te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2013/25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/3508 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2010, 09/3327 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 24 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 mei 2011. Appellant is daar niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.S. van Zanten.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, geboren in 1941, heeft vanaf 1965 in Nederland gewoond en gewerkt en is ultimo 1983 naar Marokko geremigreerd met behoud van een hem op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toegekende uitkering naar de klasse 25-35%. Bij besluit van 16 november 2006 heeft de Svb op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) met ingang van april 2006 een ouderdomspensioen en een partnertoeslag aan appellant toegekend. Daarbij is op het ouderdomspensioen een korting toegepast van 62% wegens 31 niet verzekerde jaren.

1.2. Bij brief van 26 november 2008 heeft appellant de Svb verzocht om hem met terugwerkende kracht toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de AOW. Op deze aanvraag is bij besluit van 22 april 2009 afwijzend beslist op de grond dat appellant de aanvraag niet tijdig heeft ingediend. Het bezwaar van appellant hiertegen is bij besluit van 25 juni 2009 (hierna: besluit op bezwaar) door de Svb ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat de verplichte verzekering van appellant is geëindigd op 1 januari 1984 en dat ingevolge de wettelijke regeling de aanmelding voor de vrijwillige verzekering dient te geschieden binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering. Verder is overwogen dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de overschrijding van de aanmeldtermijn verschoonbaar is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard.

3.1. In hoger beroep heeft appellant opnieuw aangevoerd dat de Svb hem ten tijde van zijn remigratie niet heeft gewezen op de mogelijkheid om een vrijwillige verzekering voor de AOW te sluiten, terwijl dat volgens appellant wel op de weg van de Svb had gelegen.

3.2. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Volgens vaste rechtspraak leidt onbekendheid met de wet op zichzelf niet tot de conclusie dat er sprake is van een zodanig bijzonder geval dat een overschrijding van een wettelijke aanmeldtermijn verschoonbaar is te achten. Reeds omdat niet is gebleken dat appellant de Svb destijds van zijn remigratie op de hoogte heeft gesteld, acht de Raad niet van betekenis dat de Svb appellant destijds niet actief heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een vrijwillige verzekering voor de AOW te sluiten. Naar het oordeel van de Raad heeft het primair op de weg van appellant zelf gelegen om de opbouw van zijn pensioenrechten na zijn remigratie in de gaten te houden en om desgewenst zeker te stellen dat deze opbouw werd voortgezet door tijdig een vrijwillige verzekering voor de AOW aan te gaan.

4. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep van appellant niet.

De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2011.

(get.) H.J. Simon.

(get.) N.S.A. El Hana.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.

NK