Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9492

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-06-2011
Datum publicatie
29-06-2011
Zaaknummer
10-236 AOW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toekenning pensioen ingevolge de AOW. Daarbij is een korting toegepast van 76% wegens 38 niet verzekerde jaren. Verder is bij dit besluit per genoemde datum de uitkering ingevolge de ANW ingetrokken wegens het bereiken door appellante van de 65-jarige leeftijd. De Raad stelt vast dat niet in geschil is dat de echtgenoot van appellante is overleden op 15 november 2001. Appellante heeft tot die datum geen recht op een uitkering ingevolge de ANW, zodat ook van een nabetaling in de door haar gestelde periode geen sprake kan zijn. Voor zover uit de stellingen van appellante moet worden begrepen dat haar overleden echtgenoot in genoemde periode recht op een nabetaling zou toekomen merkt de Raad op dat een dergelijke nabetaling geen voorwerp vormt van de onderhavige procedure, zodat die grond niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak. Ten aanzien van de hoogte van de AOW-uitkering merkt de Raad op dat gesteld noch gebleken is dat door de Svb de huwelijkse tijdvakken, waarop de uitkering ingevolge de AOW rust, onjuist zijn vastgesteld. Ook in zoverre slaagt het beroep van appellante niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10/236 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te Marokko (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2009, 08/4658 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).

Datum uitspraak: 24 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De Svb heeft van verweer gediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 27 mei 2011. Appellante is niet verschenen ter zitting. Voor de Svb is verschenen mr. G.E. Eind.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, geboren [in] 1942, woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland in dienstbetrekking arbeid verricht en is van 4 oktober 1988 tot de datum van zijn overlijden, 15 november 2001, verzekerd geweest ingevolge de volksverzekeringen. Appellante heeft in die tijd huwelijkse tijdvakken opgebouwd voor de toepassing van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en na het overlijden van haar echtgenoot is aan appellante een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toegekend.

1.2. Bij besluit van 2 januari 2007 is aan appellante met ingang van 1 juli 2007 een pensioen ingevolge de AOW toegekend. Daarbij is een korting toegepast van 76% wegens 38 niet verzekerde jaren. Verder is bij dit besluit per genoemde datum de uitkering ingevolge de ANW ingetrokken wegens het bereiken door appellante van de 65-jarige leeftijd.

2.1. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend.

2.2. Nadat het bezwaar bij besluit van 2 augustus 2007 niet-ontvankelijk was verklaard wegens termijnoverschrijding, heeft de Svb bij besluit van 31 oktober 2007 het besluit van 2 augustus 2007 ingetrokken. De korting is vastgesteld op 72% wegens, afgerond, 36 niet-verzekerde jaren. Bij besluit van 24 oktober 2008 heeft de Svb het bezwaar tegen dit besluit ongegrond verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep gegrond verklaard in zoverre dat bij het bestreden ten onrechte niet opnieuw is beslist inzake de intrekking van de uitkering van appellante ingevolge de ANW. De rechtbank heeft die intrekking terecht geoordeeld en, zelf in de zaak voorziend, de uitkering ingetrokken per 1 juli 2007. Het beroep inzake de hoogte van de vaststelling van de uitkering ingevolge de AOW is ongegrond verklaard.

4. In hoger beroep heeft appellante verzocht om toekenning van een ANW-pensioen over de periode van januari 2001 tot en met 15 november 2001. Daarnaast verzoekt zij om verhoging van haar uitkering ingevolge de AOW.

5.1. De Raad oordeelt als volgt.

5.2. De Raad stelt vast dat niet in geschil is dat de echtgenoot van appellante is overleden op 15 november 2001. Appellante heeft tot die datum geen recht op een uitkering ingevolge de ANW, zodat ook van een nabetaling in de door haar gestelde periode geen sprake kan zijn. Voor zover uit de stellingen van appellante moet worden begrepen dat haar overleden echtgenoot in genoemde periode recht op een nabetaling zou toekomen merkt de Raad op dat een dergelijke nabetaling geen voorwerp vormt van de onderhavige procedure, zodat die grond niet kan leiden tot vernietiging van de uitspraak. Ten aanzien van de hoogte van de AOW-uitkering merkt de Raad op dat gesteld noch gebleken is dat door de Svb de huwelijkse tijdvakken, waarop de uitkering ingevolge de AOW rust, onjuist zijn vastgesteld. Ook in zoverre slaagt het beroep van appellante niet.

5.3. De Raad acht geen termen aanwezig om één van de partijen te veroordelen in de proceskosten ingevolge artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar 24 juni 2011.

(get.) H.J. Simon.

(get.) N.S.A. El Hana.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.

TM