Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9463

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
30-06-2011
Zaaknummer
09-2369 ZW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

1) De rechtbank heeft ten onrechte geen proceskostenveroordeling uitgesproken, aangezien eerst in de beroepsfase de ontvankelijkheid van het bezwaar door het Uwv is aanvaard, nadat het bezwaar eerder door het Uwv niet-ontvankelijk was verklaard. 2) Niet-voldoen van betaalverplichtingen jegens Tele2, wegens te lage vastgestelde ZW-uitkering. Geen sprake van een schade die naast de reeds toegekende wettelijke rente voor vergoeding in aanmerking komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

09/2369 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 17 maart 2009, 08/495 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 15 juni 2011

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2011. Appellant is, met berichtgeving, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluit van 13 februari 2008 is het dagloon van de uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW), die appellant per 17 oktober 2007 was toegekend, verhoogd naar

€ 76,42. Over het nabetaalde ziekengeld is bij besluit van 18 maart 2008 wettelijke rente vergoed ten bedrage van € 9,71.

1.2. Bij brief van 28 maart 2008 heeft appellant zich gewend tot het Uwv met een verzoek om aanvullende schadevergoeding. Bij besluit op bezwaar, gedateerd 14 mei 2008 (bestreden besluit 1), heeft het Uwv het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard dat was gericht tegen de afwijzende brief van het Uwv van 7 april 2008 naar aanleiding van het hiervoor genoemde verzoek van appellant om aanvullende schadevergoeding. In dat verzoek heeft appellant aangevoerd dat hij tot een bedrag van € 257,11 niet aan zijn verplichtingen jegens Tele2 heeft kunnen voldoen vanwege zijn aanvankelijk te lage ZW-uitkering. Hangende het tegen bestreden besluit 1 bij de rechtbank ingestelde beroep heeft het Uwv bij besluit van 14 augustus 2008 (bestreden besluit 2) het bezwaar alsnog ontvankelijk geacht en dit vervolgens ongegrond verklaard.

2. In de aangevallen uitspraak is het tegen bestreden besluit 2 ingestelde beroep - dat met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geacht werd mede te zijn gericht tegen bestreden besluit 2 - ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat de door appellant gestelde extra kosten niet anders kunnen worden gezien dan als schade die is veroorzaakt doordat het Uwv niet tijdig het juiste bedrag aan uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) heeft uitbetaald. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv zich naar aanleiding van het verzoek om schadevergoeding van appellant terecht op het standpunt gesteld dat voor een zelfstandige vergoeding van de geclaimde schade, naast de reeds betaalde wettelijke rente, geen plaats is.

3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft verzuimd een proceskostenveroordeling uit te spreken. Het Uwv is immers hangende het beroep tegemoetgekomen aan appellant, in die zin dat het bezwaar alsnog ontvankelijk is geacht. Voorts heeft appellant, onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 7 april 2009, LJN BI0588, aangevoerd dat de onderhavige schade wel voor vergoeding vatbaar is. Het betreft hier namelijk schade doordat appellant werd geconfronteerd met incassokosten welke kosten, had het Uwv eerder in het kader van de toegekende ZW-uitkering correct gehandeld ten aanzien van de hoogte daarvan, niet waren ontstaan.

Het beroep, voor zover dat geacht wordt mede gericht te zijn tegen bestreden besluit 2, is derhalve ten onrechte ongegrond verklaard.

4. Het Uwv heeft aangevoerd dat blijkens het besluit van 18 maart 2008 aan appellant de wettelijke rente is betaald over de nabetaling van het ziekengeld. Aanleiding tot het vergoeden van de verder door appellant geclaimde schade acht het Uwv niet aanwezig, omdat deze schade zich oplost in de reeds betaalde wettelijke rente wegens vertragingsschade. Het Uwv heeft hierbij gewezen op de uitspraak van de Raad van 17 augustus 1999, LJN AA5045. Voorts heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat de door appellant genoemde uitspraak van de Raad van 7 april 2009, in tegenstelling tot hetgeen appellant naar voren brengt, juist steun biedt voor de afwijzing van de geclaimde schade. In rechtsoverweging 4.3 van die uitspraak heeft de Raad als zijn oordeel gegeven, dat voor een zelfstandige vergoeding van de uit de vertraagde betaling van de uitkering voortgevloeide incassokosten geen plaats is.

5.1. De Raad stelt vast dat het hoger beroep van appellant, waar het betreft de gevraagde proceskostenvergoeding, zich beperkt tot die kosten in de fase van beroep bij de rechtbank. Naar het oordeel van de Raad is de desbetreffende grond terecht aangevoerd, aangezien eerst in die fase de ontvankelijkheid van het bezwaar door het Uwv is aanvaard. In een dergelijk geval ligt het in de rede dat de rechtbank gebruik maakt van de in artikel 8:75 van de Awb neergelegde bevoegdheid tot proceskostenveroordeling. Er bestaat derhalve aanleiding de aangevallen uitspraak in zoverre te vernietigen en doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen het Uwv te veroordelen in de proceskosten voor de aan appellant verleende rechtsbijstand in beroep, ten bedrage van (2 x € 322,-) in totaal € 644,-.

5.2. In zijn verzoek aan het Uwv om schadevergoeding van 28 maart 2008 heeft appellant aangevoerd dat het hier gaat om zijn betaalverplichtingen jegens Tele2, die zijn ontstaan omdat het Uwv te laat vanaf 17 oktober 2007 het juiste bedrag aan ziekengeld aan hem heeft uitbetaald waardoor er beslag is gelegd met de daaruit voortvloeiende kosten ten bedrage van € 257,11. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat er in dit geval geen sprake is van een schade die naast de reeds toegekende wettelijke rente voor vergoeding in aanmerking komt. De Raad wijst hierbij naar zijn vaste rechtspraak zoals die tot uitdrukking komt in zijn uitspraken van 7 april 2009 en

9 september 2009, LJN BI0588 en LJN BJ7353. Hetgeen van de zijde van appellant is aangevoerd met betrekking tot bestreden besluit 2 heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht. Voor zover het hoger beroep zich richt tegen de ongegrondverklaring van zijn beroep tegen bestreden besluit 2 is de Raad van oordeel dat dit niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt wat dat betreft voor bevestiging in aanmerking.

6. De Raad acht termen aanwezig het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep ten bedrage van (€ 644,- + € 322,-) in totaal € 966,-.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep gegrond voor zover betreft de weigering het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten voor in beroep aan appellant verleende rechtsbijstand;

Vernietigt de aangevallen uitspraak in zoverre;

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor het overige;

Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag groot € 966,-;

Bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van in totaal € 149,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen als voorzitter en H. Bolt en A.A.H. Schifferstein als leden, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2011.

(get.) J. Riphagen.

(get.) M.A. van Amerongen.

GdJ